Focus – Deel 3: Hoe drones het Midden-Oosten veroveren

De conflicten in het Midden-Oosten hebben de aandacht gevestigd op een nieuwe vorm van hightech oorlogsvoering: drone-warfare. Vooral het gebruik van onbemande vliegtuigen heeft letterlijk en figuurlijk een enorme vlucht genomen sinds de Verenigde Staten in 2008 besloten het gebruik van bewapende drones te intensiveren in Afghanistan en Pakistan. Het Midden-Oosten is tegen wil en dank het toneel van een veranderende oorlogsvoering.

Het vizier van een Amerikaanse Reaper-drone. © Getty Images.

Het vizier van een Amerikaanse Reaper-drone. © Getty Images.

Vandaag in deel drie: De gevaren en gevolgen van de drone-warfare in het Midden-Oosten.

Gevolgen van de drone-strikes in het Midden-Oosten
De talrijke aanvallen met Amerikaanse Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s), onbemande vliegtuigen, hebben kwaad bloed gezet bij de bevolkingen van de getroffen landen. De Verenigde Staten claimen door de aanvallen met onbemande toestellen een onmisbaar tactisch voordeel te hebben en zeggen dat het aantal burgerslachtoffers minimaal is. Het overwicht op het Afghaans-Pakistaanse slagveld zou mede door de gerichte liquidaties met drones in stand gehouden worden. Zoals vermeld in deel één komt uit cijfers van het Engelse Bureau of Investigative Journalism (BIJ) echter een ander beeld naar voren.

Cijfers van de NAF over het aantal uitgevoerde drone-aanvallen in Pakistan. © Wikipedia.

Cijfers van de NAF over het aantal uitgevoerde drone-aanvallen in Pakistan. © Wikipedia.

Uit hun van 24 oktober 2012 daterende cijfers blijkt dat het aantal Amerikaanse drone-strikes in Pakistan op 350 wordt geschat. Het BIJ schat dat bij die 350 aanvallen tussen de 2.586 en 3.375 slachtoffers zijn gevallen. Van dat totale aantal zijn er minimaal 472 en maximaal 885 burgerslachtoffers, waarvan zo’n 176 kinderen. Er vallen bij de drone-aanvallen dus wel degelijk onschuldige slachtoffers, ondanks de pinpoint-precisie die de Amerikanen toekennen aan de aanvallen met UAV’s. Maar aangezien veel van de aanvallen plaatsvinden in het kader van het geheime CIA-programma, doet de Amerikaanse regering geen mededelingen over de exacte slachtoffercijfers en toedracht van de aanvallen.

De nauwkeurigheid van de drones valt dus te betwisten. Militair historicus Christ Klep zegt in een uitzending van KRO Reporter: “Dingen gaan altijd mis. Stel, je denkt dat je een Al-Qaeda-strijder in de hoek hebt gedreven in een boerderij. Wat is er dan logischer dan daar een raket op af te sturen? En juist op het moment dat die raket gaat inslaan, of het nou een piloot of een onbemand toestel is die hem afvuurt, komt z’n vrouw de deur uit. Wat doe je dan? De scenario’s blijven hetzelfde, dan kan je wel 10 centimeter nauwkeuriger zijn dan een bemand toestel, maar de impact is natuurlijk hetzelfde.”

Een Amerikaanse Predator-drone. © Getty.

Een Amerikaanse Predator-drone. © Getty.

Experts verschillen van mening, maar de algemene opvatting is dat de targeted killings het internationale recht schenden. De liquidaties ontnemen de verdachten een kans op een proces. Zo zegt Jameel Jaffer van de American Civil Liberties Union (ACLU) in de BBC-documentaire The Secret War on Terror: “Dit is een ontzagwekkende kracht. De kracht om iemand als vijand te labelen en vervolgens omdat je die persoon als vijand hebt aangemerkt, hem mag liquideren zonder vorm van juridisch proces.” Oud-president van Pakistan Pervez Musharraf zegt in dezelfde uitzending: “Ze zullen vast de juiste doelwitten raken. Maar er is ook het probleem van nevenschade: het doden van burgers. En daarnaast de schending van onze territoriale integriteit en soevereiniteit.”

Ook onder de Pakistaanse bevolking is inmiddels grote woede ontstaan over de aanhoudende drone-aanvallen binnen hun landsgrenzen. Onder meer in oktober waren er grote demonstraties tegen de aanvallen in hoofdzakelijk Waziristan, het grensgebied waar veel Al-Qaeda- en Talibanstrijders zich schuilhouden. Bij de gigantische demonstratie voor politieke hervormingen en rechten deze week in Islamabad, klonk ook de roep tot het stoppen van de drone-aanvallen, die ‘onwettig en illegaal’ zouden zijn. En zelfs ‘contra-productief’ omdat de strikes een vruchtbare voedingsbodem voor radicalisering zouden creëren.

De Iraanse Karrar-drone is in staat op hoge snelheid doelwitten te bombarderen. © RT.

De Iraanse Karrar-drone is in staat op hoge snelheid doelwitten te bombarderen. © RT.

Daarnaast heeft het drone-programma van de VS, in combinatie van de opkomst van onbemande militaire machines in Israël, een wapenwedloop in gang gezet met Iran en zijn bondgenoot Hezbollah. Zoals in deel twee vermeld bouwt Iran gestaag aan zijn steeds moderner wordende drone-vloot, terwijl het land ook UAV’s exporteert naar partners als Hezbollah, Syrië en Venezuela. Nathan Wessler van de ACLU zegt in KRO Reporter: “Het baart zorgen dat de VS een precedent schept. De VS gebruikt drones om overal ter wereld mensen te doden. Ze zouden niet blij zijn als landen als Rusland, China of Iran hetzelfde zouden doen en hier in de VS Amerikaanse staatsburgers doodden.”

De toekomstige gevaren van drone-warfare

Een Amerikaanse militair lanceert een Raven-verkenningsdrone in Afghanistan. © AP.

Een Amerikaanse militair lanceert een Raven-verkenningsdrone in Afghanistan. © AP.

En het gebruik van drones zal de komende jaren sterk toenemen. Volgens een rapport van het Amerikaanse Congres heeft het Department of Defense sinds 2001 26 miljard dollar geïnvesteerd in de ontwikkeling van op afstand bestuurbare voer-, vlieg- en vaartuigen. Dat gigantische bedrag geeft aan op welke schaal onder meer het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) onderzoek kan doen naar nieuwe onbemande militaire technologie. De VS is nog onduidelijk over of ze na 2014 in Afghanistan een ondersteunende troepenmacht aanhouden. Het is echter waarschijnlijk dat het drone-programma boven Afghanistan na 2014 wél in stand gehouden wordt.

In deel één kwamen al de diverse hightech drone-toepassingen van Israël en de VS naar voren. De ontwikkeling van steeds modernere Iraanse drones is dan ook begrijpelijk. Maar volgens experts is de volgende stap in deze razendsnelle wapenwedloop de ontwikkeling van autonoom handelende machines. Onbemande toestellen die onafhankelijk van menselijke besturing kunnen handelen en mogelijk zelfs ooit doden. Bepaalde militaire drones hebben al een zekere mate van autonomie. Zo kan de Israëlische Guardium UGV zelf een vooraf vastgesteld gebied patrouilleren en ontwikkelt de VS zeegaande drones die zelfstandig wateren afspeuren naar duikboten. De mogelijkheid tot eventueel dodelijk geweld ligt voorlopig echter nog altijd bij een menselijke bestuurder.

Human Rights Watch (HRW) noemt dit in een rapport een extreem gevaarlijke ontwikkeling. Steve Goose, directeur van de wapenafdeling van HRW, zei vorig jaar: “Als we machines laten beslissen over leven en dood, zijn we te ver gegaan met technologie.” Hij riep op tot een internationaal verdrag waarbij de ontwikkeling en inzet van autonoom handelende machines verboden wordt. Wessler: “Als kunstmatige intelligentie beter en acceptabeler wordt, met vliegtuigen die zelfstandig vliegen, zonder dat er een operator meekijkt, die raketten afvuren naar eigen inzicht, is het goed mogelijk dat er een escalatie komt van de technologie.”

Een Amerikaanse SWORDS-grondrobot. © Popular Mechanics.

Een Amerikaanse SWORDS-grondrobot. © Popular Mechanics.

Dus het lijkt er op dat er de komende jaren meer soorten drones op het slagveld verschijnen. Sinds de VS in 2007 de zwaarbewapende grondrobot SWORDS in Irak inzette, speelt het Amerikaanse leger speelt meer en meer met het idee om militaire taken uit te besteden aan (bewapende) grondrobots. En DARPA is hard op weg een autonome drone te ontwikkelen voor het sjouwen van zware militaire bagage. De in functie en uiterlijk op een pakezel lijkende Big Dog kan zelfstandig een lopend persoon volgen, zelfs op moeilijk terrein. Het ‘denkniveau’ van de machine is verbazingwekkend. Zo weet de robot zichzelf te corrigeren als hij uitglijdt of een duw krijgt.

De wapenwedloop die deze ontwikkeling teweeg brengt in het Midden-Oosten is zorgelijk. Naast Iran beschikken steeds meer landen in de Arabische wereld over militaire drones en ook de eigen ontwikkeling ervan wordt steeds meer opgepikt. De invloed die deze kentering zal hebben op de militaire verhoudingen in het gebied kan zeer zorgelijk zijn als er geen heldere afspraken worden gemaakt. De tijd dat het Amerikaanse drone-programma onaantastbaar in de schaduw kon opereren is verdwenen nu andere landen in hoog tempo eigen militaire drones ontwikkelen. De inzet van autonoom denkende machines voor oorlogsacties lijkt steeds dichterbij te komen. HRW maakt een belangrijk punt door te wijzen op het belang van internationale afspraken. Christ Klep: “Een militair moet altijd precies weten wat hij doet. Als je die verantwoordelijkheid voor 90 procent overlaat aan een autonoom denkende robot, heb je een probleem. Dan heb je op z’n minst nieuwe regelgeving nodig.”

Focus – Deel 2: Hoe drones het Midden-Oosten veroveren

De conflicten in het Midden-Oosten hebben de aandacht gevestigd op een nieuwe vorm van hightech oorlogsvoering: drone-warfare. Vooral het gebruik van onbemande vliegtuigen heeft letterlijk en figuurlijk een enorme vlucht genomen sinds de Verenigde Staten in 2008 besloten het gebruik van bewapende drones te intensiveren in Afghanistan en Pakistan. Het Midden-Oosten is tegen wil en dank het toneel van een veranderende oorlogsvoering.

Vandaag in deel twee: Het Iraanse antwoord op het drone-vraagstuk.

De in december door Iran buitgemaakte Amerikaanse ScanEagle-drone. © Press TV.

De in december door Iran buitgemaakte Amerikaanse ScanEagle-drone. © Press TV.

Nadat het Westen zich de afgelopen decennia op wapengebied razendsnel ontwikkelde, was Iran erop gebrand niet achter te blijven. De Iraniërs verkeren sinds de Islamitische Revolutie en de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979 op slechte voet met het Westen. De daarna opgelegde sancties dwongen het land toen de Iran-Irak-oorlog uitbrak wapens te betrekken van onder meer Noord-Korea en de Sovjet-Unie. Door het kwalitatief slechte wapentuig dat Iran geleverd kreeg door het Warschau-pact, besloot de islamitische republiek zijn eigen wapenindustrie op te zetten.

De Iraanse Mohajer-4. © Navaldrones.com

De Iraanse Mohajer-4. © Navaldrones.com

Iran is dan ook grotendeels zelfvoorzienend geworden in zijn bewapening. Het land produceert inmiddels veel geavanceerde wapens, van de Fajr-raketten die Hamas gebruikte in het recente conflict in de Gazastrook tot de aanvalshelikopter Shahed 285. En ook op het gebied van drone-technologie timmert Iran stevig aan de weg. De ontwikkeling van Unmanned Aerial Vehicles (UAV) werd al tijdens de Iran-Irak-oorlog door de Iraniërs in gang gezet. Rond 1985 ontwikkelde Iran al het eerste prototype van de Mohajer-drone.

Het model is inmiddels vier keer herzien. De Mohajer-4 heeft een actieradius van 150 kilometer en is in staat om zeven uur in de lucht te blijven. Iran heeft de drones al naar diverse landen geëxporteerd, onder meer Soedan, Syrië en Venezuela hebben op de Mohajer gebaseerde UAV’s. Toen op 7 november 2004 een op de Mohajer lijkende Mirsad-1 Israël binnenvloog en in zee stortte bleek ook het aan Iran gelieerde Hezbollah drones te hebben. In 2006 ramde een met explosieven geladen drone van Hezbollah vlak voor de kust van Beirut een Israëlisch marineschip, dat daarbij zwaar beschadigd raakte.

Revolutionaire Garde-commandant Amirali Hajizadeh bekijkt de buitgemaakte RQ-170. © Reuters.

Revolutionaire Garde-commandant Amirali Hajizadeh bekijkt de buitgemaakte RQ-170. © Reuters.

Iran zegt bij de ontwikkeling van nieuwe technologie ook gebruik gemaakt te hebben van buitgemaakte Amerikaanse UAV’s. In 2011 toonde de Iraanse staatstelevisie een Amerikaanse RQ-170 spionagedrone. Het stealthtoestel was vrijwel onbeschadigd naar beneden gehaald, volgens sommige bronnen door in te breken op de satellietverbinding waarmee de drone bestuurd werd. Het uit elkaar halen van het toestel – met de bijnaam ‘Beast of Kandahar‘ – heeft de Iraniërs waarschijnlijk nuttige informatie opgeleverd over de geavanceerde uitrusting van de Amerikaanse drones.

Vorige maand toonde Iran een tweede buitgemaakte Amerikaanse UAV, dit keer een ScanEagle – ook in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten. Het met krachtige camera’s en sensoren uitgeruste toestel was vermoedelijk in Iran om het nucleaire programma te bespioneren, toen het werd neergehaald. De Iraanse Revolutionaire Garde liet de intacte drone triomfantelijk op televisie zien. Het toestel vertoonde echter geen enkele Amerikaanse tekens.

Een Iraanse commandant onthult de Shahed 129. © Press TV.

Een Iraanse commandant onthult de Shahed 129. © Press TV.

De islamitische republiek heeft de afgelopen paar jaar meerdere nieuwe drones gepresenteerd. Zo onthulde de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad in 2010 met veel vertoon de Karrar. Het toestel zou in staat zijn op hoge snelheid doelwitten te raken met zware raketten. Daarna verscheen enige tijd geleden de Shahed 129, een geavanceerde gevechts- en verkenningsdrone met een maximale vliegtijd van 24 uur en een actieradius tussen 1700 en 2000 kilometer. De UAV – die erg op de Israëlische Hermes 450 lijkt – draagt de ultralichte Iraanse Sadid-1 anti-scheepsraketten.

In februari 2011 kondigde Iran echter aan de Sofreh Mahi te gaan bouwen en testen. Een schaalreplica van het geheimzinnige toestel was tijdens een militaire parade in 2010 al opgedoken. De diamantvorm van het toestel en radar-absorberende coating duiden op een geavanceerde stealthdrone. Er is weinig bekend over het project, maar vermoedelijk zullen de Iraniërs eventuele kennis ontleend aan de buitgemaakte Amerikaanse drones proberen toe te passen op de Sofreh Mahi.

Het vermoedelijke uiterlijk van de Sofreh Mahi. © Wikipedia.

Het vermoedelijke uiterlijk van de Sofreh Mahi. © Wikipedia.

Afgelopen oktober wist Hezbollah met een UAV succesvol het Israëlische luchtruim te penetreren. De Ayoub-drone wist over zee en de Gazastrook Israël binnen te vliegen, richting het nucleaire onderzoekscentrum Dimona in de Negev-woestijn. De UAV werd uitgeschakeld voor hij in de buurt van Dimona kon komen, maar zorgde toch voor grote ongerustheid. Dat een vijandig toestel nagenoeg ongehinderd door kon dringen tot een zwaarbewaakte kernwapenfaciliteit is erg zorgwekkend en toont aan dat Israël de drones van Hezbollah en Iran ernstig onderschatte.

Later deze week in deel 3: De gevaren en gevolgen van de drone-warfare in het Midden-Oosten.

Interview – Martin Broek: ‘De Syrische burgeroorlog leidt niet tot een conclusie’

Onderzoeksjournalist Martin Broek is auteur van meerdere publicaties over de internationale wapenhandel, SP-fractiemedewerker in de Tweede Kamer geweest op Defensieterrein en heeft zich jarenlang ingespannen voor de Campagne tegen Wapenhandel. © Martin Broek.

Onderzoeksjournalist Martin Broek is auteur van meerdere publicaties over de internationale wapenhandel, SP-fractiemedewerker in de Tweede Kamer geweest op Defensieterrein en heeft zich jarenlang ingespannen voor de Campagne tegen Wapenhandel. © Martin Broek.

De burgeroorlog in Syrië is dit jaar zijn tweeëntwintigste maand ingegaan. Het bloedige conflict heeft inmiddels de levens geëist van meer dan 60.000 mensen. Terwijl de internationale gemeenschap het niet eens kan worden over een oplossing, gaan de gruwelijkheden aan beide kanten onverminderd door. Vast staat dat de uitkomst van de strijd in Syrië bepalend is voor de hele regio.

Ik spreek met wapenhandeldeskundige en onderzoeksjournalist Martin Broek over de (on)wenselijkheid van westerse wapenleveranties aan Syrische rebellen, het gebruik van controversiële wapens en het verdere verloop van het slepende conflict.

Het Verenigd Koninkrijk wil het EU-wapenembargo op Syrië versoepelen. Ze stellen dat als het Assad-regime wankelt, het verstandig is om wapens aan de rebellen te leveren om de laatste slag uit te delen. Wat vindt u van die suggestie?
“De wapens die je nu in Syrië ziet komen uit Qatar, Saoedi-Arabië of Libië. De vierde bron is het Syrische verzet zelf, dat wapens buitmaakt op legerbases. Die wapens uit Libië zijn een goed voorbeeld: die zijn daar tijdens de opstand gedropt door de Fransen, gebracht door Qatar en door rebellen buitgemaakt op de arsenalen van Khadaffi. Die zie je nu weer naar Syrië komen en ook naar het zuiden gaan, Mali is omgevallen door die wapens. Dit soort groepen gewapenderhand steunen leidt tot dergelijke situaties, want die groepen willen ook geld verdienen. Dus als die een zooitje oude FAL-geweren krijgen, kunnen ze die ook verkopen aan een groep in Birma die islamieten aan wil pakken. Er ontstaan problemen door, het is onverstandige politiek. Daarbij is het Vrije Syrische Leger geen leger, het zijn allemaal losse groepjes en voor een deel onbetrouwbaar en vervelend. Het is een gevaarlijke strategie.”

Een door de rebellen neergehaald MiG-toestel. © Youtube.

Een door de rebellen neergehaald MiG-toestel. © Youtube.

Welke politieke en strategische voordelen zouden wapenleveranties aan Syrische rebellengroepen in theorie kunnen opleveren voor de westerse wereld?
“Waarom er zo’n avontuurlijke politiek ten opzichte van Syrië is gekozen is voor mij de vraag. Groepen gaan steunen die men nauwelijks kent, die tijdens de Arabische Lente wel ontstaan zijn vanuit oprechte verontwaardiging over het gebrek aan vrijheid, maar al snel zijn overgenomen door andere groeperingen. Ik zie het strategische voordeel van deze koers niet. Ik vind het een onvoorzichtige, activistische en gevaarlijke koers. Voor de rebellen is het natuurlijk duidelijk. Zij hebben het meeste last van van de vliegtuigen. Als ze luchtafweergeschut hebben kunnen ze de MiG’s van Assad naar beneden halen.”

Volgens de New York Times is onlangs een door de VS goedgekeurde wapenlevering uit Qatar beland bij extremisten in Syrië. Welke gevolgen denkt u dat het kan hebben als wapenleveranties wél bij extremisten terechtkomen?
“Die extremisten zaten eerst in Tsjetsjenië, daarna in Kosovo of Bosnië, toen gingen ze naar Afghanistan en daarna in Libië vechten. Ze trekken van oorlog naar oorlog en meestal komt daar weinig goeds uit voort. Er worden wapens verspreid over de wereld. Je kan heel duidelijk het verband Libië-Syrië leggen. Je ziet dat er nu wapens in Libië worden tegengehouden die uit Syrië komen en je ziet ook dat wapens die uit Libië komen worden opgemerkt bij het Vrije Syrische Leger. Dus je ziet dat die stroom maar door en door gaat. Dat is onverstandig.”

Qatar en Saoedi-Arabië leveren al wapens aan radicaal-islamitische rebellen in Syrië. Wat zouden de beweegredenen van die landen zijn om aan dergelijke extremistische groeperingen wapens te leveren?
“Al twee jaar lang zijn soennieten uit de Golfregio zich aan het versterken en een bolwerk tegen de sjiieten aan het vormen. Je hebt het machtsbolwerk Iran-Syrië-Hezbollah en aan de andere kant de Saoedi’s die hun macht proberen uit te breiden. In Syrië wordt die oorlog nu gevoerd door wapenleveranties aan opstandelingen en extremisten. Het is het vergroten van de invloed van de Saoedi’s en Qatar huppelt daarin mee. Het streven is het uitbreiden van de soennitische politiek in de regio, van het Arabische Schiereiland tot aan de Atlantische Oceaan bij Marokko. Iran is sterker geworden omdat ze meer invloed hebben gekregen in Irak. Daar is dit tegenoffensief een reactie op. Daar past dit wapens leveren ook in, het is een zuivere vorm van machtspolitiek.”

Een Syrische rebel met een surface-to-air-raket. © Daily Telegraph.

Een Syrische rebel met een surface-to-air-raket. © Daily Telegraph.

Weergave van een voltreffer op een Syrische MiG met een hittezoekende raket. © Youtube.

Weergave van een voltreffer op een Syrische MiG met een hittezoekende raket. © Youtube.

De rebellen hebben surface-to-air-missiles nodig tegen de luchtmacht van Assad. Het Westen heeft geweigerd zulk soort geavanceerde wapens te leveren. Waarom denkt u dat het Westen zo krampachtig doet over dergelijke wapens?
“Eind jaren ’70 zijn dat soort wapens geleverd aan het verzet in Afghanistan, ik geloof twintig Stingers. Men is jaren op zoek geweest om die terug te vinden, omdat het vreselijk is als die in de verkeerde handen vallen. Ik kan hier buiten op m’n balkonnetje gaan staan en er komt boven mij ieder kwartier een grote Boeing voorbij met 360 passagiers. Met zo’n wapen kan ik ongelooflijk veel ellende aanrichten. Het zijn hele gevaarlijke wapens en dan hoef je niet eens deskundig te zijn. Ze zijn bedoeld voor militaire vliegtuigen, die gaan snel en hebben allerlei stealth– en ontwijkingsmechanismen. Dat hebben passagiersvliegtuigen niet, dus je richt en floep, daar gaan ze. Dat is het gevaar waar men bang voor is. Die wapens zijn ook niet groot. Een buis die je op je schouder zet ter dikte van een rioleringspijp en een handvat, meer dan dat is het niet. Dus je legt het achterin de auto, gaat de grens over en je staat zo binnen de kortste keren in Amsterdam, Londen of Parijs.”

Een Syirsche man toont een deel van een clusterbom. © New York Times

Een Syrische man toont een deel van een clusterbom. © New York Times

In Syrië is bewijs opgedoken van het gebruik van clustermunitie, veelal afkomstig uit Rusland. De meeste landen hebben clustermunitie verboden. Is het gebruik van zulke munitie door het regime een wanhopige zet te noemen?
“Het regime gebruikt de wapens die ze hebben om het verzet kapot te maken. Ze hebben gewoon niet zoveel. Ik las dat rebellen op een basis luchtafweergeschut hadden buitgemaakt. Dan kijk je wat dat is en blijkt dat uit de Tweede Wereldoorlog te stammen en nog in de verpakking te zitten. Assad heeft wel oude Sovjet-tanks en wat raketten uit Iran, Wit-Rusland en Noord-Korea, maar die straaljagers zijn het meest bruikbare dat ze hebben. Die tanks hebben ze in het begin veel ingezet en een tank in een stad is ook vreselijk, dan schiet je ook huizen aan puin waar mensen in wonen. Ik weet niet of dat minder erg is dan clustermunitie. Het is een stedelijke oorlog en die zijn altijd smerig. Het is een wanhoopsdaad om tanks in te moeten zetten tegen je bevolking. En als dat dan nog niet werkt, moet je nog zwaardere wapens gebruiken en dat escaleert.”

Assad beschikt over chemische wapens. Volgens westerse inlichtingendiensten heeft het regime die wapens meerdere malen verplaatst. Sommigen noemen dat bedreigend. Denkt u dat Assad die wapens nog zal inzetten?
“Assad gaat die wapens niet inzetten want dan is hij zijn belangrijkste bondgenoot kwijt. Rusland heeft daar ook geen misverstand over laten bestaan, als Syrië die wapens inzet is het afgelopen. De meest aannemelijke verklaring voor de verplaatsingen is dat ze het concentreren omdat het dan beter te beschermen is, want het moet natuurlijk niet in verkeerde handen vallen want dan is het ook afgelopen. Dan moet er wel een interventie komen, want als die wapens bij Al-Qaeda-strijders of andere islamitische mafketels terechtkomen zou dat rampzalig zijn. Ik denk overigens niet dat die wapens snel kwijtraken. Als Assad valt en er wanorde in het land is, worden die dingen gelijk opgehaald. De Russen hebben ook gezegd dat ze ieder gerucht en elke beweging in de gaten houden, men zal wel uitkijken dat het niet in handen valt van bendes. Onder de opstandelingen zijn ook Tsjetsjenen dus de Russen hebben er belang bij dat zulke wapens niet in handen van extremisten vallen.”

Patriot-raketsysteem in actie. © AP.

Patriot-raketsysteem in actie. © AP.

In reactie op de NAVO-Patriots in Turkije heeft Rusland Iskander-raketten geleverd aan Syrië, die niet tegen te houden zijn door afweersystemen. Kan dat escalerend werken ten opzichte van andere landen?
“Assad weet ook dat als hij raketten gaat afvuren op Turkije, het snel afgelopen is. Het gaat over de band tussen Rusland en Syrië laten zien, dat die nog bestaat. En dat is toch je middelvinger opsteken naar de rest van de wereld. Dat is ook Russische politiek: ‘Men kan dit of dat zeggen over Syrië, maar wij vinden het een soevereine overheid die kampt met binnenlandse opstanden’. Dat is de positie die Rusland altijd inneemt, omdat ze zelf ook dat soort problemen hebben. Patriots zijn ook niet bedoeld tegen simpele raketten en vliegtuigen, maar tegen ballistische raketten voor de middellange afstand. Patriots hebben een korte dracht van 20 kilometer, ze komen nu op 120 kilometer afstand van de grens te staan. Patriots zijn ook helemaal gericht op een functie binnen het raketschild. Dat raketschild wordt nu in Turkije opgesteld en dat verklaart ook de Russische reactie. Dat wil Rusland niet, naast Polen en Roemenië krijgen ze nu Turkije erbij. Die Patriots zijn er vooral op gericht het raketschild verder uit te breiden en vervolgens chemische wapens als excuus te nemen. Dit is een veel groter aspect van de internationale machtspolitiek dan enkel Syrië.”

Na de oorlog in Libië zijn wapens weggelekt naar aan Al-Qaeda gelieerde groeperingen, onder andere in Mali. Zou een dergelijk lek plaats kunnen vinden bij een machtsvacuüm in Syrië?
“Er kan van alles gebeuren. Je hebt natuurlijk Libanon. Het kan ook naar Somalië gaan. Er kwamen wapens binnen die gezien waren bij de Somalische piraten, die beweging kan natuurlijk ook weer andersom gaan. Het kan naar Jemen of de Palestijnse gebieden gaan. Of het gaat naar een Egyptische groep die het goed kan gebruiken om z’n positie te versterken, dan krijg je daar weer een hoop gelazer. In het Midden-Oosten zijn veel mensen die heel erg dol op wapens zijn. Het is een kruitvat, er zijn zoveel conflicten en brandhaarden die zo weer op kunnen laaien in dat gebied. Het is heel moeilijk te voorspellen.”

De Syrische president Bashar al-Assad. © AFP.

De Syrische president Bashar al-Assad. © AFP.

Wat verwacht u verder van het verloop van de burgeroorlog in Syrië, verwacht u dat Assad op korte termijn vertrekt?
“Ik denk dat Assad militair niet te verslaan is, behalve als verzetsgroepen sterk gesteund gaan worden en dat betwijfel ik. Je moet erop hopen dat die partijen naar de onderhandelingstafel worden geschopt en dat er iets uitkomt waar beiden mee kunnen leven. En dat is niet makkelijk, want de eisen zijn hoog gesteld van de ene kant en de andere kant heeft bruut geweld gebruikt om die aspiraties de kop in te drukken. Dus dat zijn partijen die moeilijk aan tafel te krijgen zijn. Het enige waardoor Assad kan vallen is als het leger in groten getale overloopt en een staatsgreep pleegt. Deze burgeroorlog leidt niet tot een conclusie. Uit dit gevecht komen geen winnaars voort, alleen maar verliezers.”

Interview – Harry Fear: ‘Het feit dat ik mens ben, betekent dat ik een activist ben’

De Britse documentairemaker en journalist Harry Fear was deze week in Nederland, als onderdeel van een wereldtour waarbij hij lezingen geeft over zijn ervaringen in de Gazastrook tijdens de Israëlische operatie Pillar of Defense, afgelopen november. Op zijn visitekaartje staat het Desmond Tutu-citaat ‘If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor‘. Ik sprak met de activistische filmmaker over het achtdaagse conflict, journalistiek en objectiviteit. 

© Youth for Palestine.

© Youth for Palestine.

Wat denkt u dat er anders was aan het conflict van afgelopen november vergeleken met het conflict in 2009?
“Volgens Palestijnen was dit conflict, hoewel het acht in plaats van 22 dagen duurde, aanzienlijk wreder dan het vorige. Ze ervoeren de aanvallen en agressie ook als veel terroristischer van aard. De militaire kracht die gebruikt werd bij de Israëlische aanvallen – en er waren er tweeduizend of meer gedurende die acht dagen – was vergeleken met 2009 veel gewelddadiger in termen van de soorten wapens en het aantal bommen.
Om een voorbeeld te geven, het meest veroordeelde incident van het conflict: de massacre van de Al-Dalou familie. Een vacuümbom werd op een civiele woning in het midden van een extreem drukbevolkte woonwijk gegooid, twintig seconden lopen van het huis van een van m’n beste vrienden. De bom maakte het huis met de grond gelijk en doodde iedereen [12 mensen] behalve één familielid van het beoogde doelwit, die toen niet eens in het gebouw was. Een ander voorbeeld zijn de aanvallen op het zuidelijke deel van de Gazastrook en het Nuseirat-vluchtelingenkamp aan de kust. Die plekken werden onderworpen aan vijf uur van niet-aflatende bombardementen. In het geval van Nuseirat vanaf zee, in het geval van het zuidelijk gelegen Rafah vanuit de lucht. Dat betekent dat je gebouw, je bed en je lichaam vijf uur lang onafgebroken trillen. Dat is geen prettige ervaring.”

Een van de bombardementen op Gaza-Stad. © BBC 2012.

Een van de bombardementen op Gaza-Stad. © BBC 2012.

Kunt u de de sfeer in de straten van Gaza-stad beschrijven tijdens de Israëlische operatie Pillar of Defense?
“De sfeer op straat was dat er helemaal niemand was, omdat mensen in hun huizen toevlucht zochten. ’s Nachts gold er een uitgangsverbod vanuit de lucht, zodat als je je naar buiten waagde, je óf een doelwit óf collateral damage kon worden. Dus mensen bleven thuis. En als hun huizen in een gevaarlijk gebied lagen, verbleven ze tijdelijk bij familieleden in een minder gevaarlijk gebied. Het probleem was dat tijdens het laatste conflict geen enkele plek veilig was. Ik had vrienden die me belden en zeiden dat ze werkelijk doodsbang waren. En dan hebben we het over volwassen mensen. Dit is geen plezierige ervaring voor een grotendeels civiele bevolking. En die 1,6 miljoen Palestijnen in de Gazastrook bestaan bovendien voor een groot deel uit kinderen. Die zijn natuurlijk nog minder voorbereid op het doorstaan van aanhoudend psychisch letsel.”

“Palestijnse journalisten riskeerden hun levens om verslag te kunnen blijven doen van de waarheid”

Hoe beziet u de bombardementen op de mediatorens in Gaza-stad, zijn die te rechtvaardigen?
“Die zijn niet te verdedigen volgens het internationale recht, tenzij Israël een verbazingwekkend soort wapen had waarmee ze geen onschuldige burgerslachtoffers zouden maken. Volgens de bewijzen is prima facie sprake van een oorlogsmisdaad: het tot doelwit maken van journalisten. Israël claimt dat de strike op de toren [van 18 november] gericht was op het dak, schijnbaar waren satellietschotels het doelwit van de aanval. Wanneer is er ooit een raket gestopt bij een dak? Raketten worden niet tegengehouden door papier-maché, die gaan daar dwars doorheen. En al helemaal raketten afkomstig van straaljagers en drones.”


“Mediagebouwen ontvingen ook bedreigende telefoontjes van personen van de Israëlische militaire inlichtingendienst. Er werd gebeld met de boodschap ‘wij gaan mogelijk jullie gebouw bombarderen, jullie moeten wegwezen’. Zo werden bijvoorbeeld álle mediagebouwen tegelijk enkele uren geëvacueerd. Dus werden er satellietschotels geplaatst op straat, in hotels en in restaurants door mensen die geïmproviseerde studio’s probeerden op te zetten. De boodschap die de Palestijnse journalisten daarmee probeerden weer te geven is dat ze hun levens riskeerden om verslag te kunnen blijven doen van de waarheid. En overduidelijk stonden hun levens ook werkelijk op het spel, want sommigen van hen zijn gedood.”

Om welke reden denkt u dat Israël uiteindelijk niet is overgegaan tot een grondoffensief?
“Een van de redenen was dat het gedrag voorafgaand aan het moment dat het leek alsof ze een grondaanval gingen lanceren, makkelijk te veroordelen was – zelfs voor de meest conservatieve bondgenoten van Israël. Dus zou een grondoffensief op vele manieren politiek onlogisch zijn geweest voor Israël, ook omdat militair gesproken veel Israëliërs zouden zijn gedood. Sinds operatie Cast Lead heeft het Palestijnse gewapende verzet namelijk diverse militaire strategieën ontwikkeld die het erg moeilijk maken voor de Israëliërs. De Palestijnen hebben werkelijk een defensieve capaciteit op de grond. Een tweede reden is dat het niveau van het door verzetsgroepen gebruikte geweld tijdens de achtdaagse operatie ongekend was. De feitelijke aanvallen op Israëlisch grondgebied waren zonder precedent. Dit was een serieuze factor die bijdroeg aan het weerhouden van een grondoffensief.”

“In de afgelopen vijf weken zijn er 71 Palestijnse kinderen gedood tegenover één Israëlisch kind, willen we hier fifty-fifty over zijn?”

Beschouwt u zichzelf meer een journalist of meer een activist?
“Eigenlijk is ieder mens een activist voor iets. Elke beslissing die we nemen heeft een beweegreden, mensen realiseren zich alleen vaak niet wat die reden is. Ik zou zeggen dat in de journalistiek het des te belangrijker is dat we tactvol zijn met het standpunt dat we innemen. Omdat als je in gevallen van onrechtvaardigheid een neutrale positie probeert in te nemen, de mensen waar het om gaat dat niet erg zullen waarderen. Ze verkeren namelijk al in een zeer partijdige situatie, waarin de onderdrukker de overhand heeft. Dus om het dan fifty-fifty te verslaan werkt moreel gezien gewoonweg niet. En dit is een structureel probleem dat westerse media hebben bij het verslaan van het Israël-Palestina conflict, maar ook andere internationale conflicten. Voor mij betekent het feit dat ik een mens ben, dat ik een activist ben. En dat ik ervoor heb gekozen om verhalen te vertellen, in de basale vorm van journalistiek en documentaire films, betekent dat ik respectvol en verantwoordelijk moet omgaan met de feilbaarheid die we elk hebben als mens. We hebben allemaal een persoonlijkheid en een achtergrond en daarom zijn we allemaal ook bevooroordeeld. We moeten alleen die vooringenomenheid gebruiken om rechtvaardigheid en vrede te bevorderen.”

Een van de gebombardeerde mediatorens in Gaza-stad. © AP

Een gebombardeerde mediatoren in Gaza-stad. © AP

Wat hoopt u te bereiken met lezingen zoals deze?
“In dit specifieke geval sprak ik voor studenten journalistiek. Het beoogde effect is om men te laten nadenken over de morele consequenties van de objectiviteit-theorie en het neutraliteitsspelletje. Ik wil mensen laten zien dat de wereld vol is van onrechtvaardigheden. En ze laten overwegen of ze dan werkelijk het fifty-fifty-spelletje willen spelen en pretenderen dat ze robots in plaats van mensen zijn. In de afgelopen vijf weken zijn er 71 Palestijnse kinderen gedood tegenover één Israëlisch kind, willen we hier fifty-fifty over zijn? Ik wil dat in elk geval niet. En die morele basis hoort in onze levensovertuigingen door te vloeien, inclusief ons werk als journalisten.”

 Gaat u binnenkort weer terug naar de Gazastrook?
“Over een aantal weken ga ik weer terug, nadat de tour is afgelopen. Dus ik hoop tegen het einde van februari weer in de Gazastrook te zijn.”

Op Casus Belli kunt u tevens een verslag vinden van de lezing die Harry Fear op 18 december in Amsterdam over het conflict gaf.

Meer videomateriaal van Harry Fear kunt u zien op HarryFear.tv