Recensie – Reportages geeft een indrukwekkend beeld van oorlog en armoede

© Joe Sacco.

© Joe Sacco.

Joe Sacco staat op eenzame hoogte in de stripjournalistiek. In zijn nieuwste boek, Reportages, weet hij met zijn kenmerkende, gedetailleerde tekenstijl wederom op overtuigende wijze de ellende van oorlogen en armoede te schetsen.

Reportages is een bundeling van verhalen die Sacco in de loop der jaren voor kranten en tijdschriften heeft gemaakt. De Amerikaanse stripjournalist voert de lezers mee naar onder meer het door oorlog verwoeste Tsjetsjenië, de bezette Gazastrook en een Amerikaanse legerbasis in Irak. Maar ook de schrijnende armoede in India en het Afrikaanse vluchtelingenprobleem in z’n geboorteland Malta komen aan bod.

Sacco, befaamd om zijn bekroonde werk Palestine, is de vaandeldrager van comic journalism. Hij schetst in zijn werken op betrokken wijze de ellende in crisisgebieden. Ook in Reportages brengt hij op indrukwekkende wijze dat lijden in beeld. De hem kenmerkende tekenstijl is uiterst gedetailleerd. De droevige gezichten van ontheemde Tsjetsjeense moeders die hun gehele hebben en houden zijn kwijtgeraakt, spreken boekdelen.

© Joe Sacco.

© Joe Sacco.

Hij fungeert zelf als hoofdpersoon in zijn verhalen, optredend als een slungelige anti-held, wiens ogen schuilgaan achter een brilletje. Zijn aanwezigheid laat zien welke dilemma’s journalisten tegenkomen bij de vergaring van verhalen, maar geeft hem ook de mogelijkheid situaties vanuit de ik-persoon te becommentariëren. Met zijn cynische humor onderstreept hij bijvoorbeeld subtiel de wanstaltige corruptie van een Indiase ambtenaar.

© Joe Sacco.

© Joe Sacco.

Meeslepend is het verhaal over Irak, waar Sacco embedded was bij Amerikaanse mariniers. Zijn nauwkeurige beschrijvingen van de spanning tijdens patrouilles en de wanhoop waarmee de Amerikanen het incompetente Irakese leger proberen te trainen geven een beklemmend beeld van de stroef verlopende oorlog. Het constant dreigende gevaar druipt van de pagina’s als Sacco kil beschrijft hoe de korporaal omkwam die hem de vorige dag nog begeleidde.

© Joe Sacco.

© Joe Sacco.

Sacco’s critici wijzen op de subjectiviteit die inherent is aan tekeningen. Een dergelijk medium zou dan ook niet journalistiek zijn. Sacco checkt echter beweringen, haalt wederhoor en tekent zo waarheidsgetrouw mogelijk. ‘Feiten en subjectiviteit sluiten elkaar niet uit,’ zegt hij in het voorwoord en wijst op de intrinsieke subjectiviteit van alle journalistiek. Hij gebruikt die subjectiviteit bewust als stijlelement, zo krijgt een martelende kampbewaarder een boosaardige grijns.

Sacco’s neemt met zijn slow journalism de tijd om complexe crisissituaties te onderzoeken en verwerkt die verhalen vervolgens nauwgezet tot een feitelijk onderbouwde kroniek. De uitgebreide beschrijvingen van de ellende die oorlog en armoede met zich meebrengen zijn ontroerend en ontluisterend. Reportages is een uitstekend en lezenswaardig voorbeeld van Sacco’s verfrissende en unieke werkwijze.

Joe Sacco / November 2012
De Bezige Bij / Oog & Blik
208 pagina’s / €25,- / Paperback

Advertenties

Verslag – ‘De watersituatie in de Jordaanvallei is dramatisch’

Donderdagavond sprak de Italiaanse masterstudente Sara Datturi in de Kargadoor in Utrecht over de waterverdeling in de bezette Palestijnse gebieden. Voor haar scriptie deed ze onderzoek naar het waterverbruik in de Jordaanvallei op de Westelijke Jordaanoever.

De Italiaanse masterstudente Sara Datturi sprak over de waterverdeling in de Palestijnse gebieden. © David Oranje 2012.

De Italiaanse masterstudente Sara Datturi sprak in de Kargadoor in Utrecht over de waterverdeling in de Palestijnse gebieden. © David Oranje 2012.

Op uitnodiging van Kritische Studenten Utrecht kwam de Italiaanse land- en watermanagementstudente Sara Datturi vertellen over haar ervaringen in de Palestijnse gebieden. Voor haar scriptie verbleef ze meerdere maanden op de Westelijke Jordaanoever om het waterverbruik daar te onderzoeken. Ze vergeleek de beschikbaarheid en het gebruik van water van Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever met dat van Israëlische nederzettingen. “Ik wilde beide kanten zien, de Israëlische en de Palestijnse.”

“Na de oorlog in 1967 is de Westelijke Jordaanoever opgedeeld in 3 delen: Area A, B en C,” vertelt Datturi. Het Palestijnse stadje Al-Auja ligt in de Jordaanvallei in Area A, nabij Jericho. Grote stukken land in de vallei zijn tot verboden gebied verklaard voor Palestijnen, waardoor water- en landbouwvoorzieningen verdwenen zijn. Het agrarische stadje Al-Auja heeft in de buurt vier waterbronnen liggen, maar daarvan is er slechts één eigendom van de Palestinian Water Authority, de anderen zijn bestemd voor Israëlisch gebruik. Er is daardoor steeds minder water voor het verbouwen van gewassen. “De situatie is dramatisch.”

Een film over de situatie van de Palestijnen in de Jordaanvallei.

“De mensen daar houden van landbouw en willen verbonden blijven met hun land. Ze zijn afhankelijk van het verbouwen van gewassen. Nu hebben ze geen water en geen inkomen. Hun beslissing om daar te blijven is een soort verzetsdaad,” zegt Datturi. De Palestijnen uit Al-Auja betalen dan ook uit verzet niet meer voor het gebruik van drinkwater. De Palestinian Water Authority moet echter dat achterstallige bedrag wel betalen aan de Israëliërs, die die watervoorziening beheren.

Het gebrek aan water in Al-Auja vergeleek Datturi met de beschikbaarheid van drink- en irrigatiewater in de Israëlische kibboets Niran. De landbouwnederzetting had in 2006 enkel tachtig inwoners en ligt in bezet gebied in Area C op de Westelijke Jordaanoever. Datturi verbleef in Niran met een vals identiteitsbewijs om de waterverdeling te onderzoeken: “Ze kunnen er zoveel water gebruiken als ze willen en ze hebben het land gekregen van de regering.” In Niran was dan ook een bloeiende landbouwindustrie te vinden.

Daarnaast onderzocht ze ook het kleine Palestijnse dorpje Fasa’il en de Israëlische nederzetting Tomer. De twee gemeenschappen liggen in het bezette Area C en vallen dus onder Israëlisch gezag. Fasa’il – dat in 2007 bekend werd omdat Israël de basisschool in het dorp wilde slopen omdat die zonder bouwvergunning was gebouwd – kampt al jaren met de vernieling van huizen door de Israëlische autoriteiten, meestal om bovenstaande reden. Daarnaast zijn vrijwel alle voorzieningen, inclusief het broodnodige water, in het dorp schaars.

De Israëlisch nederzetting Tomer en het Palestijnse dorpje Fasa'il liggen op slechts 200 meter afstand. © Google Maps.

De Israëlische nederzetting Tomer en het Palestijnse dorpje Fasa’il liggen op slechts 200 meter afstand. © Google Maps.

Dat staat in schril contrast met Tomer, dat op amper tweehonderd meter afstand van Fasa’il ligt. Nagenoeg alle inwoners van Fasa’il zijn dan ook werkzaam in Tomer, dat dadels, kruiden en groenten verbouwt voor de buitenlandse export. Datturi was er niet welkom. “Mensen wilden me geen informatie geven en niet helpen. Andere Europeanen hadden Tomer een slechte naam gegeven,” aldus Datturi. Maar gezien de vele kassen die direct zichtbaar zijn in de nederzetting, kon ze wel raden dat Tomer zeer veel water moest verbruiken. “Ze krijgen voor die landbouw een heleboel subsidie van de Israëlische regering.”

Datturi wil tenslotte ook nog even het werk van CISS, een Italiaanse NGO, onder de aandacht brengen. De NGO werkt met kinderen met oorlogstrauma’s in de Palestijnse gebieden, Datturi: “En daar zijn er heel veel van.” CISS is voornamelijk actief in het Jabalia-vluchtelingenkamp in de Gazastrook, waar ze met een psycholoog getraumatiseerde kinderen proberen te helpen. Datturi benadrukt de noodzaak van hulp aan de getraumatiseerde kinderen: “Door angst kunnen sommige kinderen niet slapen, bij sommigen valt hun haar uit. CISS maakt spelletjeskamers voor de kinderen en verzorgt ook lessen in lezen en schrijven voor de moeders.”

Een film uit 2008 over het gebrek aan water in El-Farsia, een dorpje in de Jordaanvallei.

Terugblik – Yahya Ayyash, de Ingenieur van de zelfmoordaanslag

Vandaag is het 16 jaar geleden dat de Israëlische geheime dienst Shin Bet Yahya Ayyash liquideerde. Ayyash, een jonge Palestijn opgeleid in electrotechniek, verwierf faam als bommenmaker van Hamas en was de mastermind achter de eerste zelfmoordaanslagen in Israël. Zijn technisch vernuftige creaties leverden hem de bijnaam de Ingenieur op. Ik blik terug op de belangrijke rol die Ayyash speelde in het conflict tussen Israël en Palestijnen.

Yahya Ayyash. © Qassam.ps

Yahya Ayyash. © Qassam.ps

Yahya Abdel-Tif Ayyash werd in 1966 geboren in Rafat, op de Westelijke Jordaanoever. Tijdens de Israëlische bezetting die volgde na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd hij handig in het repareren van elektronische apparaatjes. Nadat hij aan de universiteit in Bir Zeit zijn bachelor elektrotechniek behaald had, trachtte Ayyash naar Jordanië te vertrekken om daar zijn master te halen. Dit werd hem echter geweigerd door de Israëlische autoriteiten.

Ayyash vond rond die tijd zijn weg naar de Ezzedeen al-Qassam-brigades, de gewapende vleugel van Hamas. De in 1987 opgerichte militante verzetsbeweging kon een goed opgeleide elektrotechnicus prima gebruiken. Op 16 april 1993 bracht een Hamas-lid zijn auto tot ontploffing op het Mehola-kruispunt in de Westelijke Jordaanoever. Ayyash had de auto volgepakt met propaangastanks en explosieven. Bij Ayyash’ eerste aanslag kwam – naast de dader – één persoon om. Het zou de eerste van vele zelfmoordaanslagen op Israël zijn.

Yitzhak Rabin en Yasser Arafat na het bekrachtigen van de Oslo-akkoorden. © AP.

In Zweden kwamen vervolgens in 1993 de Oslo-akkoorden tot stand, die enig uitzicht boden op vrede tussen Israël en de Palestijnen. de Palestijnse Autoriteit (PA) kreeg beperkte zeggenschap in de Palestijnse gebieden. Niet lang daarna bracht echter een Israëliër het prille vredesproces in gevaar. Baruch Goldstein, een extremistische jood, opende in Hebron het vuur op een groep biddende Palestijnen. 29 mensen vonden die januaridag in 1994 de dood. Goldstein werd door een woedende menigte gelyncht. De aanslag was voor Hamas de aanleiding voor een reeks bloedige represailles.

Hamas-woordvoerder Mahmoud al-Zahar zei nadien tegen History Channel: “Na deze aanslag was het iedereen toegestaan om Israëlische burgers of militairen aan te vallen.” Op 6 april dat jaar vielen er acht doden en 55 gewonden bij een aanslag op een bus in het Israëlische Afula. Een zelfmoordterrorist van Hamas liet zijn Opel Ascona ontploffen naast bus 348. Ayyash had de auto volgeladen met gascilinders en handgranaten, verpakt in een rugzak gevuld met 1100 spijkers.

Monument voor de slachtoffers van de aanslag in Afula. © Wikipedia.

Monument voor de slachtoffers van de aanslag in Afula. © Wikipedia.

Precies een week later was de Israëlische kuststad Hadera het doelwit. De 21-jarige Palestijn Amar Salah Diab Amarna bracht in een bus richting Tel Aviv een door Ayyash ontworpen aceton-peroxidebom tot ontploffing. Volgens het boek The Hunt for the Engineer van Samuel Katz kreeg Amarna de opdracht de bom in een rugzak op de grond te plaatsen, ‘zodat scherven vitale slagaders in het gebied rond de lies konden raken’. Er vielen zes doden en dertig gewonden.

Boaz Ganor, directeur van het Israëlische Insitute for Counter-Terrorism, zei in dezelfde History Channel-uitzending: “Toen was het uniek, Ayyash was de mastermind achter het nieuwe fenomeen van zelfmoordaanslagen.” De binnenlandse veiligheidsdienst van Israël, Shin Bet, zette dan ook alles op alles om de daders achter de bomaanslagen te vinden. 250 personen met mogelijke links naar Hamas werden ondervraagd. Shin Bet ontwikkelde zo langzaam een beeld van Ayyash, die ze vanwege zijn technische vernuft de bijnaam de Ingenieur gaven.

Ayyash, opgeklommen tot commandant, gaf inmiddels leiding aan het Samaria-bataljon van de Al-Qassam-brigades. Hij wist op ingenieuze wijze uit handen van de Israëliërs te blijven, onder meer door zich in diverse vermommingen te hullen als hij checkpoints passeerde. 18 mei 1994 trok Israël, volgens de Oslo-akkoorden, zijn troepen terug uit de Gazastrook. Het gebied kwam onder bestuur van de PA. Arafat paradeerde triomfantelijk door de straten van Gaza. De PA was echter totaal niet bereid de Israëliërs te helpen bij de jacht op Ayyash. Hamas-leden arresteren had wel eens de suggestie kunnen wekken dat de PA voor Israël werkte.

De verwoeste bus na de aanslag in de Dizengoffstraat. © Hagalil.com

De verwoeste bus na de aanslag in de Dizengoffstraat. © Hagalil.com

Ayyash plande in de relatieve veiligheid van Gaza zijn volgende aanslagen. Op 19 oktober 1994 pleegde een Hamas-aanhanger een bomaanslag op een bus in Tel Aviv. Op de drukke Dizengoffstraat in het hart van de stad bracht de terrorist zijn explosief in bus 5 tot ontploffing. Ayyash had hem voorzien van een bom gemaakt van een Egyptische landmijn, verpakt in een rugzak vol met spijkers en TNT. Tweeëntwintig mensen, waaronder de 25-jarige Nederlander Reinier Verbiest, kwamen om bij toentertijd de dodelijkste aanslag op Israël.

22 januari vond het volgende bloedbad plaats. Op de Beit Lid-kruising in de Westelijke Jordaanoever waren grote aantallen Israëlische militairen aanwezig die terugkwamen van verlof. Een man in legeruniform bracht temidden van een groep soldaten een bom tot ontploffing. Nadat hulpverleners toegesneld waren, blies een tweede persoon in uniform zichzelf op. De Palestijnse Islamitische Jihad eiste de aanslag op, Ayyash had de bommen vervaardigd. Nadat de Israëlische premier Yitzhak Rabin de kruising bezocht had, bleek dat er zelfs een derde bom verstopt lag, bedoeld voor Rabin. De terrorist die de bom tot ontploffing moest brengen was echter nooit aangekomen bij Beit Lid.

Er volgden in de periode van april tot augustus 1995 nog drie zelfmoordaanslagen op Israëlische doelwitten, waarbij in totaal 19 slachtoffers vielen. Toen werd 4 november premier Rabin vermoord door een radicaal-rechtse jood, Yigal Amir. Amir achtte de moord nodig, daar het door Rabin geïnitieerde vredesproces ‘de joden hun Bijbelse recht op gebied in de Westelijke Jordaanoever zou ontnemen’. Shimon Peres nam het premierschap over en besloot het vredesproces door te zetten. Hij beval de liquidatie van Ayyash, wiens aanslagen verdere vredesonderhandelingen frustreerden.

Via informanten kwam Shin Bet op het spoor van Ayyash. Hij zat ondergedoken bij een vriend uit zijn kindertijd, Osama Hamad. Ayyash wist niet dat de oom van Hamad in het verleden de Israëlische geheime dienst van inlichtingen voorzag. Shin Bet zette de oom, Kamil Hamad, onder druk om een mobiele telefoon aan Ayyash te geven. De dienst wist dat Ayyash uit angst afgeluisterd te worden vaak van telefoon wisselde. Hamad ging akkoord en zorgde ervoor dat de telefoon uiteindelijk in het bezit van Ayyash kwam, denkend dat de telefoon voor afluisterdoeleinden gebruikt zou worden.

Yahya Ayyash. © Qassam.ps

Yahya Ayyash. © Qassam.ps

Hamad wist niet dat er – naast afluisterapparatuur – geavanceerde explosieven in de batterij van de telefoon verstopt zaten. Toen Ayyash op 5 januari ’s ochtends gebeld werd door zijn vader, luisterde Shin Bet direct mee. Zodra ze constateerden dat de stem aan de lijn inderdaad die van Ayyash was, brachten ze de hightech bom in de telefoon tot ontploffing. Ayyash hield de telefoon zoals verwacht tegen zijn oor. De gerichte explosie doodde hem dan ook ter plekke in zijn appartement in Gaza.

Met deze gerichte liquidatie kwam een einde aan de reeks gruwelijke aanslagen van Ayyash, waarbij minstens negentig mensen omkwamen. Terwijl de Israëliërs feest vierden, treurden de Palestijnen om de man die in hun optiek heldenstatus had verworven door zijn verzet. Tienduizenden Palestijnen waren aanwezig op zijn begrafenis waar Arafat Ayyash de laatste eer bewees: “Bid voor onze martelarenbroeders en voor onze nieuwe martelaar, de Ingenieur, Yahya Ayyash.”

De bomaanslag op een bus in Tel Aviv, 21 november 2012. © IDFBlog.

De bomaanslag op een bus in Tel Aviv, 21 november 2012. © IDFBlog.

Maar met de dood van de man die de zelfmoordaanslagen had geïntroduceerd in het Israëlisch-Palestijnse conflict kwam er helaas geen einde aan de gewelddadige aanslagen. In de weken na de liquidatie van Ayyash kwamen er alleen al zestig mensen om bij vergeldingsaanslagen van Hamas. De Tweede Intifada zorgde voor een enorme piek in het aantal zelfmoordaanslagen. Het conflict sleept tot op de dag van vandaag door. De bomaanslag die Hamas pleegde op een bus in Tel Aviv, 21 november jongstleden, bewijst maar weer dat de bloedige nalatenschap van Ayyash nog springlevend is.

Focus – Deel 1: Hoe drones het Midden-Oosten veroveren

De conflicten in het Midden-Oosten hebben de aandacht gevestigd op een nieuwe vorm van hightech oorlogsvoering: drone-warfare. Vooral het gebruik van onbemande vliegtuigen heeft letterlijk en figuurlijk een enorme vlucht genomen sinds de Verenigde Staten in 2008 besloten het gebruik van bewapende drones te intensiveren in Afghanistan en Pakistan. Het Midden-Oosten is tegen wil en dank het toneel van een veranderende oorlogsvoering.

Vandaag in deel 1: De hightech onbemande wapensystemen van de VS en Israël.

Een Amerikaanse Reaper-drone. © AP

Een Amerikaanse Reaper-drone. © AP

Historie
Onder president George W. Bush ging het Amerikaanse drone-programma van start. Onder het gezag van de CIA werden er geheime missies op touw gezet om Taliban- en Al-Qaeda-kopstukken in Afghanistan en Pakistan te liquideren middels strikes met bewapende onbemande vliegtuigen, ook wel UAV’s (Unmanned Aerial Vehicles) genoemd. De drones worden door middel van een satellietverbinding bestuurd door piloten in de VS, vele kilometers van de plaats van actie.

Het programma is echter pas sinds het aantreden van president Barack Obama tot volle wasdom gekomen. Obama achtte het gebruik van de Amerikaanse Predator en Reaper drones een geoorloofd middel in de war on terror, waarbij een nieuw soort asymmetrische oorlogsvoering om andere tactieken vroeg. Het aantal uitgevoerde drone-missies in Pakistan steeg van 52 onder Bush naar zo’n 300 in de eerste termijn van Obama, volgens cijfers van het Engelse Bureau of Investigative Journalism (BIJ).

De liquidatie van Al-Qaeda-predikant Al-Anlaki in Jemen.

De liquidatie van Al-Qaeda-predikant Al-Awlaki in Jemen. © Graphic News.

Zo werd afgelopen juni Abu Yahya al-Libi geliquideerd in Noord-Waziristan, Pakistan. De militantenleider, volgens de VS de nummer twee van Al-Qaeda in Pakistan, werd gedood toen een door een UAV afgevuurde raket zijn auto trof. Ook de Amerikaanse staatsburger Anwar al-Awlaki trof in september 2011 hetzelfde lot. De Al-Qaeda-predikant zou betrokken geweest zijn bij diverse aanslagen en zou via Youtube aangemoedigd hebben tot terrorisme. De ‘Bin Laden van het internet’ werd in Jemen opgeblazen tijdens een drone-aanval. Dit zijn slechts twee van de talloze targeted killings op terreurverdachten die door Amerikaanse UAV’s de afgelopen jaren zijn uitgevoerd in het Midden-Oosten.

Er vallen echter niet enkel doden aan de kant van de gewapende militanten. Ondanks claims van de VS dat het aantal burgerslachtoffers zeer beperkt is, komt onder andere uit cijfers van het BIJ een ander beeld naar voren. De strikes eisen een hoge tol op de burgerbevolking en de doeltreffendheid van de methode is – onder meer door de geheime aard van het programma – niet vast te stellen. Wel staat vast dat de publieke opinie in bijvoorbeeld Pakistan zich heftig tegen de extrajudicial killings heeft gekeerd, waardoor een vruchtbare voedingsbodem ontstaan is voor radicalisering van extremisten.

Ondanks de controverse die de drones omringt, blijkt dat de ontwikkeling van nieuwe onbemande toestellen absoluut niet in de weg te staan. Sterker nog, de oorlogsvoering van de toekomst zal ontegenzeggelijk gepaard gaan met meer soorten onbemande hightech wapensystemen. Het feit dat de voertuigen op grote afstand een relatief lange tijd operationeel kunnen blijven (tot wel 36 uur) en aanzienlijk goedkoper zijn dan reguliere vliegtuigen, maakt het een aanlokkelijke vorm van oorlogsvoering.

De Amerikaanse RQ-170 Sentinel spionagedrone. © Washington Times.

De Amerikaanse RQ-170 Sentinel spionagedrone. © Washington Times.

Amerikaanse drones in het Midden-Oosten
De VS is ongetwijfeld de vaandeldrager van de drone-ontwikkeling. Het feit dat de Amerikaanse luchtmacht in 2009 al meer dronepiloten dan reguliere piloten opleidde is veelzeggend. De UAV-vloot van de Amerikanen beslaat naast de Reaper en Predator-modellen diverse soorten aanvals-, verkennings- en spionagedrones, waaronder modellen met heldhaftige namen als Hunter Killer, Sentinel en Grey Eagle.

De met Hellfire-raketten bewapende UAV’s hebben een verwoestende capaciteit en spelen inmiddels een belangrijke rol in de strijd tegen terreur. Het strijdperk waar deze onbemande vliegtuigen beproefd worden is het Midden-Oosten, waar verkennings- en liquidatiemissies in de tribale gebieden van Pakistan en Afghanistan een belangrijk onderdeel van het drone-programma zijn. Een ander belangrijk onderdeel zijn de spionagevluchten boven Iran, niet in de laatste plaats om een eye in the sky te hebben in het geval van mogelijke ontwikkelingen rondom de nucleaire faciliteiten in het land.

Opzienbarend is echter ook de ontwikkeling van zeegaande drones (Unmanned Underwater Vehicles) die wateren kunnen afspeuren naar signalen van onderzeeërs en schepen. Dit is met het oog op een dreigend conflict met Iran een begrijpelijke ontwikkeling, aangezien de Iraanse marine in het geval van een aanval wellicht de belangrijke Straat van Hormuz afsluit. Ook de tijdige detectie van Iraanse zeemijnen is een factor die bij een dergelijke situatie meespeelt.

© Der Spiegel

Specificaties van de Amerikaanse MQ-9 Reaper en statistieken van de drone-aanvallen in Pakistan tot 13 oktober 2011. © Der Spiegel

De investeringen van de Amerikaanse regering in militaire drone-technologie duiden erop dat de invloed van onbemande voertuigen op de strijdkrachten alleen maar groter zal worden. Aangezien er geen slachtoffers onder de eigen militairen vallen, is het ook een politiek aantrekkelijke optie van oorlogsvoering. Het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) besteedt dan ook grote sommen geld aan onderzoek naar diverse nieuwe militaire drone-toepassingen.

Israëlische drone-technologie
Ook Israël is een fervent aanhanger van de nieuwe vorm van onbemande oorlogsvoering. Het land heeft ondervonden dat de tijd waarin grote tanklegers het tegen elkaar opnamen tot het verleden behoort. De beruchte Merkava-tanks lenen zich maar matig voor asymmetrische oorlogsvoering waarbij militante verzetsgroepen schuilen onder de burgerbevolking. Israëlische wapenproducenten hebben daarom al jaren geleden stevig ingezet op de ontwikkeling van eigen drones.

IAI Harpy © Defence.pk

IAI Harpy © Defence.pk

Zo vliegt het land met zijn eigen UAV’s, zoals de Heron TP, Hermes 450 en de Harpy, een combinatie tussen een op afstand bestuurbare drone en een kruisraket. Ook tijdens de recente operatie Pillar of Defense maakte Israël gretig gebruik van onbemande vliegtuigen. Het gezoem van de spionerende drones was bijna onophoudelijk te horen boven Gaza-stad. Onder andere de liquidatie van Hamas-commandant Ahmed al-Jabari zou uitgevoerd zijn met een raket afkomstig van een drone. De Israëlische Heron TP-drones zijn kennelijk dusdanig effectief dat Duitsland er meerdere gekocht heeft voor grensbewakingsdoeleinden.

Aan de grens met de Gazastrook houden Israëlische Sentry Tech-drones de wacht tegen militanten. Deze stilstaande apparaten zijn in staat om autonoom beweging te detecteren en commando’s te geven. In geval van onraad wordt een commandopost ingeschakeld, die vervolgens bepaalt of gewapend optreden noodzakelijk is. Mocht dat het geval zijn, dan is de Sentry in staat om met 12.7 mm. machinegeweren het doelwit uit te schakelen.

Israël heeft ook beschikking over een Unmanned Ground Vehicle (UGV), een onbemand grondvoertuig. Enige tijd geleden kwam de Israëlische wapenproducent G-NIUS met de Guardium UGV. Het gewapende voertuig kan autonoom rondrijden langs een vooraf vastgestelde route en middels verschillende sensoren en een bewegingsdetector potentiële gevaren opmerken. Het voertuig verwittigt dan via een satellietverbinding een bestuurder, die vervolgens de situatie live kan beoordelen en eventueel kan besluiten gewapend in te grijpen.

Het moge dan ook duidelijk zijn dat ook Israël drone-technologie in toenemende mate een effectief middel acht om zijn grenzen te bewaken en spionage uit te voeren. De vele voordelen die de drones met zich meebrengen hebben de Israëliërs gebracht tot het herzien van hun militaire strategieën. De nieuwe tactieken van de VS en Israël worden echter door andere landen in het Midden-Oosten met argusogen gevolgd en zouden ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de militaire verhoudingen in de regio.

Volgende week in deel 2: Het Iraanse antwoord op het drone-vraagstuk.

Interview – Harry Fear: ‘Het feit dat ik mens ben, betekent dat ik een activist ben’

De Britse documentairemaker en journalist Harry Fear was deze week in Nederland, als onderdeel van een wereldtour waarbij hij lezingen geeft over zijn ervaringen in de Gazastrook tijdens de Israëlische operatie Pillar of Defense, afgelopen november. Op zijn visitekaartje staat het Desmond Tutu-citaat ‘If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor‘. Ik sprak met de activistische filmmaker over het achtdaagse conflict, journalistiek en objectiviteit. 

© Youth for Palestine.

© Youth for Palestine.

Wat denkt u dat er anders was aan het conflict van afgelopen november vergeleken met het conflict in 2009?
“Volgens Palestijnen was dit conflict, hoewel het acht in plaats van 22 dagen duurde, aanzienlijk wreder dan het vorige. Ze ervoeren de aanvallen en agressie ook als veel terroristischer van aard. De militaire kracht die gebruikt werd bij de Israëlische aanvallen – en er waren er tweeduizend of meer gedurende die acht dagen – was vergeleken met 2009 veel gewelddadiger in termen van de soorten wapens en het aantal bommen.
Om een voorbeeld te geven, het meest veroordeelde incident van het conflict: de massacre van de Al-Dalou familie. Een vacuümbom werd op een civiele woning in het midden van een extreem drukbevolkte woonwijk gegooid, twintig seconden lopen van het huis van een van m’n beste vrienden. De bom maakte het huis met de grond gelijk en doodde iedereen [12 mensen] behalve één familielid van het beoogde doelwit, die toen niet eens in het gebouw was. Een ander voorbeeld zijn de aanvallen op het zuidelijke deel van de Gazastrook en het Nuseirat-vluchtelingenkamp aan de kust. Die plekken werden onderworpen aan vijf uur van niet-aflatende bombardementen. In het geval van Nuseirat vanaf zee, in het geval van het zuidelijk gelegen Rafah vanuit de lucht. Dat betekent dat je gebouw, je bed en je lichaam vijf uur lang onafgebroken trillen. Dat is geen prettige ervaring.”

Een van de bombardementen op Gaza-Stad. © BBC 2012.

Een van de bombardementen op Gaza-Stad. © BBC 2012.

Kunt u de de sfeer in de straten van Gaza-stad beschrijven tijdens de Israëlische operatie Pillar of Defense?
“De sfeer op straat was dat er helemaal niemand was, omdat mensen in hun huizen toevlucht zochten. ’s Nachts gold er een uitgangsverbod vanuit de lucht, zodat als je je naar buiten waagde, je óf een doelwit óf collateral damage kon worden. Dus mensen bleven thuis. En als hun huizen in een gevaarlijk gebied lagen, verbleven ze tijdelijk bij familieleden in een minder gevaarlijk gebied. Het probleem was dat tijdens het laatste conflict geen enkele plek veilig was. Ik had vrienden die me belden en zeiden dat ze werkelijk doodsbang waren. En dan hebben we het over volwassen mensen. Dit is geen plezierige ervaring voor een grotendeels civiele bevolking. En die 1,6 miljoen Palestijnen in de Gazastrook bestaan bovendien voor een groot deel uit kinderen. Die zijn natuurlijk nog minder voorbereid op het doorstaan van aanhoudend psychisch letsel.”

“Palestijnse journalisten riskeerden hun levens om verslag te kunnen blijven doen van de waarheid”

Hoe beziet u de bombardementen op de mediatorens in Gaza-stad, zijn die te rechtvaardigen?
“Die zijn niet te verdedigen volgens het internationale recht, tenzij Israël een verbazingwekkend soort wapen had waarmee ze geen onschuldige burgerslachtoffers zouden maken. Volgens de bewijzen is prima facie sprake van een oorlogsmisdaad: het tot doelwit maken van journalisten. Israël claimt dat de strike op de toren [van 18 november] gericht was op het dak, schijnbaar waren satellietschotels het doelwit van de aanval. Wanneer is er ooit een raket gestopt bij een dak? Raketten worden niet tegengehouden door papier-maché, die gaan daar dwars doorheen. En al helemaal raketten afkomstig van straaljagers en drones.”


“Mediagebouwen ontvingen ook bedreigende telefoontjes van personen van de Israëlische militaire inlichtingendienst. Er werd gebeld met de boodschap ‘wij gaan mogelijk jullie gebouw bombarderen, jullie moeten wegwezen’. Zo werden bijvoorbeeld álle mediagebouwen tegelijk enkele uren geëvacueerd. Dus werden er satellietschotels geplaatst op straat, in hotels en in restaurants door mensen die geïmproviseerde studio’s probeerden op te zetten. De boodschap die de Palestijnse journalisten daarmee probeerden weer te geven is dat ze hun levens riskeerden om verslag te kunnen blijven doen van de waarheid. En overduidelijk stonden hun levens ook werkelijk op het spel, want sommigen van hen zijn gedood.”

Om welke reden denkt u dat Israël uiteindelijk niet is overgegaan tot een grondoffensief?
“Een van de redenen was dat het gedrag voorafgaand aan het moment dat het leek alsof ze een grondaanval gingen lanceren, makkelijk te veroordelen was – zelfs voor de meest conservatieve bondgenoten van Israël. Dus zou een grondoffensief op vele manieren politiek onlogisch zijn geweest voor Israël, ook omdat militair gesproken veel Israëliërs zouden zijn gedood. Sinds operatie Cast Lead heeft het Palestijnse gewapende verzet namelijk diverse militaire strategieën ontwikkeld die het erg moeilijk maken voor de Israëliërs. De Palestijnen hebben werkelijk een defensieve capaciteit op de grond. Een tweede reden is dat het niveau van het door verzetsgroepen gebruikte geweld tijdens de achtdaagse operatie ongekend was. De feitelijke aanvallen op Israëlisch grondgebied waren zonder precedent. Dit was een serieuze factor die bijdroeg aan het weerhouden van een grondoffensief.”

“In de afgelopen vijf weken zijn er 71 Palestijnse kinderen gedood tegenover één Israëlisch kind, willen we hier fifty-fifty over zijn?”

Beschouwt u zichzelf meer een journalist of meer een activist?
“Eigenlijk is ieder mens een activist voor iets. Elke beslissing die we nemen heeft een beweegreden, mensen realiseren zich alleen vaak niet wat die reden is. Ik zou zeggen dat in de journalistiek het des te belangrijker is dat we tactvol zijn met het standpunt dat we innemen. Omdat als je in gevallen van onrechtvaardigheid een neutrale positie probeert in te nemen, de mensen waar het om gaat dat niet erg zullen waarderen. Ze verkeren namelijk al in een zeer partijdige situatie, waarin de onderdrukker de overhand heeft. Dus om het dan fifty-fifty te verslaan werkt moreel gezien gewoonweg niet. En dit is een structureel probleem dat westerse media hebben bij het verslaan van het Israël-Palestina conflict, maar ook andere internationale conflicten. Voor mij betekent het feit dat ik een mens ben, dat ik een activist ben. En dat ik ervoor heb gekozen om verhalen te vertellen, in de basale vorm van journalistiek en documentaire films, betekent dat ik respectvol en verantwoordelijk moet omgaan met de feilbaarheid die we elk hebben als mens. We hebben allemaal een persoonlijkheid en een achtergrond en daarom zijn we allemaal ook bevooroordeeld. We moeten alleen die vooringenomenheid gebruiken om rechtvaardigheid en vrede te bevorderen.”

Een van de gebombardeerde mediatorens in Gaza-stad. © AP

Een gebombardeerde mediatoren in Gaza-stad. © AP

Wat hoopt u te bereiken met lezingen zoals deze?
“In dit specifieke geval sprak ik voor studenten journalistiek. Het beoogde effect is om men te laten nadenken over de morele consequenties van de objectiviteit-theorie en het neutraliteitsspelletje. Ik wil mensen laten zien dat de wereld vol is van onrechtvaardigheden. En ze laten overwegen of ze dan werkelijk het fifty-fifty-spelletje willen spelen en pretenderen dat ze robots in plaats van mensen zijn. In de afgelopen vijf weken zijn er 71 Palestijnse kinderen gedood tegenover één Israëlisch kind, willen we hier fifty-fifty over zijn? Ik wil dat in elk geval niet. En die morele basis hoort in onze levensovertuigingen door te vloeien, inclusief ons werk als journalisten.”

 Gaat u binnenkort weer terug naar de Gazastrook?
“Over een aantal weken ga ik weer terug, nadat de tour is afgelopen. Dus ik hoop tegen het einde van februari weer in de Gazastrook te zijn.”

Op Casus Belli kunt u tevens een verslag vinden van de lezing die Harry Fear op 18 december in Amsterdam over het conflict gaf.

Meer videomateriaal van Harry Fear kunt u zien op HarryFear.tv

Verslag – ‘Israël heeft staakt-het-vuren al dertig keer geschonden’

Documentairemaker en activist Harry Fear (rechts). © David Oranje 2012

Documentairemaker en activist Harry Fear (rechts). © David Oranje 2012

Dinsdagavond 18 december sprak documentairemaker Harry Fear in de Amsterdamse Meevaart. De Britse filmmaker, die zich erop voor laat staan op te komen voor de Palestijnse zaak, is op een wereldwijde tour waarbij hij vertelt over zijn ervaringen tijdens het achtdaagse conflict in de Gazastrook afgelopen november. 

Op het scherm wordt een foto getoond van een glimlachende Israëlische soldate. Fear vraagt aan de ongeveer 55 aanwezigen of iemand het beeld bekend voorkomt. Het blijkt dat de soldate in kwestie op 12 december de 17-jarige Mohammad Zaid Awwad Salayam heeft neergeschoten. Mohammad werd die dag achttien en zou op weg zijn geweest een taart voor zijn verjaardag te halen. “Dit is een voorbeeld waarom ik dit werk doe, deze gebeurtenissen krijgen bijna geen media-aandacht,” zegt Fear.

Fear is een documentairemaker die het in het midden houdt tussen onafhankelijke journalist en activist. Tijdens de achtdaagse Israëlische operatie Pillar of Defense afgelopen november was hij een van de weinige westerse journalisten die vanuit de Gazastrook verslag deed. Onder meer middels een livestream via Skype informeerde hij de wereld terwijl om hem heen de Israëlische bommen vielen. Nu reist hij de wereld rond om te vertellen over zijn ervaringen in de Gazastrook tijdens het conflict. Na Duitsland aangedaan te hebben is Fear nu op uitnodiging van Youth for Palestine en Critical Collective in Nederland.

 “Gazanen worden gevangen gehouden in hun eigen land.”

Er verschijnt een kaart van het huidige Israël. Te zien is de hoeveelheid land die in de loop der jaren gekoloniseerd is. “Dit is in strijd met het internationale recht,” zegt Fear, “het land lijkt nu op een gatenkaas.” De Brit wijdt uit over de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en hekelt stevig de huidige blokkade van de Gazastrook. “Met de blokkade probeert Israël de economie en de dagelijkse gang van het leven in Gaza te verstoren. Hetgeen onder internationale wetgeving óók illegaal is.” Door de blokkade is de Gazastrook verworden tot een openluchtgevangenis. “Je wordt door een vreemde partij illegaal en immoreel gevangen gehouden in je eigen land.”

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

De Pillar of Defense-operatie – waarbij zes Israëliërs en zo’n 170 Palestijnen omkwamen – ging volgens de Israëlische versie van het verhaal van start nadat Hamas het staakt-het-vuren schond en spontaan raketten afvuurde. Israël reageerde door Hamas-commandant Ahmed Jabari  te liquideren. Volgens Fear verdraait Israël met deze uitleg de werkelijkheid. Israël zou zelf de wapenstilstand geschonden hebben door nodeloos een voetballende Palestijnse jongen gedood te hebben. “Een oorlogsmisdaad zonder enige verklaring.” Volgens Fear gebruikte Israël de vervolgens uit wraak afgevuurde Palestijnse raketten als rechtvaardiging voor de targeted killing van Jabari. “Israël verandert compleet het verhaal.”

“Een tactiek om het leven in Gaza onmogelijk te maken.”

Fear vertelt over de nietsontziende Israëlische bombardementen, die gehele huizenblokken op hun grondvesten deden schudden. Een foto van een volledig verwoeste brug komt langs. “Deze brug had geen enkele militaire waarde, dit is enkel een tactiek om het leven in Gaza onmogelijk te maken.” Ook de aanvallen op mediatorens in Gaza-stad veroordeelt hij fel. ‘Voor Israël zijn die journalisten terroristen, of in ieder geval verbonden aan een terroristische groepering.”

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

Desondanks koestert Fear enig vertrouwen. “Ik denk dat er tijdens onze levens nog reden is voor hoop.” Wel wijst hij er nog ferm op dat de huidige wapenstilstand bijzonder fragiel is. “Israël heeft inmiddels het staakt-het-vuren al dertig keer geschonden. Vanaf Palestijnse zijde is in geen enkel geval teruggeslagen.” Gazanen hebben er vanwege het hoge dodental volgens Fear geen belang bij het bestand te schenden. Hij onderstreept daarom de noodzaak voor westerse druk op Israël. “Deze illegale aanvallen kunnen alleen uitgevoerd worden als het Westen het blijft toelaten.”

Aanstaande zaterdag verschijnt er op Casus Belli een interview met Harry Fear. We spraken met hem over Operation Pillar of Defense en de gevolgen daarvan op de Gazastrook.

Een van de films die Harry Fear de afgelopen tijd heeft geproduceerd in de Gazastrook:

Interview – Ruud Hoff: ‘Morsi zal Amerika niet tegen zich in het harnas jagen’

Na de revolutie van de Arabische Lente is Egypte nu zoekende naar een nieuwe machtsstructuur. Het nieuwe regime van president Morsi lijkt in de buitenlandse politiek een andere weg in te slaan ten opzichte van het verleden. De recente onderhandelingen over het Gaza-conflict tonen aan dat de regionale rol van Egypte danig aan het veranderen is. Wat kan een veranderend Egypte teweeg brengen in een explosieve regio?

Ruud Hoff is politicoloog, geschiedkundige en auteur van meerdere boeken over het Midden-Oosten. Daarnaast doceert hij aan het Instituut Clingendael en de School voor Journalistiek. © David Oranje 2012.

Ruud Hoff is politicoloog, geschiedkundige en auteur van meerdere boeken over het Midden-Oosten. Daarnaast doceert hij aan het Instituut Clingendael en de School voor Journalistiek. © David Oranje 2012.

Casus Belli spreekt met Midden-Oosten-deskundige Ruud Hoff in een tweedelig interview over de regionale positie van Egypte en de perikelen rond de prille democratie in het land. Vandaag in deel twee: De invloed van een veranderend Egypte op de regio.

Mubarak was een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten. Hij zorgde voor enige stabiliteit in de regio en voorkwam religieuze conflicten. Wat verwacht u van de verhouding met de VS als er een islamitische staat komt?
“Morsi heeft aangetoond dat hij de Amerikanen een goede dienst kan bewijzen door de Palestijnen onder controle te houden. Amerika heeft altijd gezegd: wij zijn voor democratie. Ze zijn overvallen door de Arabische Lente. In landen zoals Libië kwam dat hen goed uit. In Egypte kwam het enigszins slecht uit. Maar ze hebben geen keus, ze zullen daarmee zaken moeten doen. Morsi heeft een grote IMF-lening nodig, dus in de buitenlandse politiek zal Morsi de Amerikanen niet tegen zich in het harnas jagen. Ik denk dat de Amerikanen, tenzij het echt te gek wordt, accepteren hoe het nu gaat.”

De emir van Qatar op bezoek in de Gazastrook. Links Hamas-premier Ismail Haniyeh. © AP.

De emir van Qatar op bezoek in de Gazastrook. Links Hamas-premier Ismail Haniyeh. © AP.

Na het recente conflict in de Gazastrook hebben vooral Hamas, maar ook de Palestijnse Islamitische Jihad hun posities verstevigd. Beiden komen voort uit en hebben banden met de Moslimbroederschap. Wat denkt u dat die bondgenootschappen voor gevolgen gaan hebben voor Israël?
“Hamas heeft Syrië laten zitten, is vertrokken uit Damascus en heeft gekozen voor de Moslimbroederschap. Dat is verstandig, want daar hebben ze meer aan. Je ziet het nu al: de emir van Qatar is op bezoek geweest. Hamas is nu een speler geworden. Israël heeft dat in wezen al geaccepteerd. Het is opvallend dat de Israëliërs voortijdig het offensief gestopt hebben. Dat geeft aan dat ze zich vergist hebben in de internationale verhoudingen. Bij de stemming in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar Israël dan veroordeeld wordt voor de bouw van nieuwe nederzettingen, zie je dat alleen Amerika, Canada en een paar Stille Zuidzee-eilanden hen nog steunen. Israël is geïsoleerd geraakt, dus ze zullen voorzichtiger worden.”

Egypte heeft jarenlang het vredesverdrag met Israël in stand gehouden. Een groot deel van de publieke opinie is echter anti-Israël. Verwacht u dat het vredesverdrag van 1979 stand zal houden nu de Moslimbroederschap in een democratie aan de macht is?
“Als Egypte dat doet, krijgen ze het met Amerika aan de stok en dat willen ze niet. Het biedt ook geen enkel voordeel, de publieke opinie misschien. Elke militaire krachtmeting met Israël zal Egypte verliezen. Hun huidige positie is ideaal: ze hebben een officiële band met Israël. Ze zijn daarin kritisch, geen warme vrienden en ze gaan er nooit op bezoek. Egypte kan een centrale bemiddelingsrol spelen.”

“Egypte wil het Turkse model; vrienden met iedereen zijn”

Het lijkt erop dat in Syrië de strijd de kant van de islamisten opgaat. Stel, dat naast onder meer Saoedi-Arabië, Egypte, Soedan en Gaza ook Syrië een soennitisch islamitische staat wordt. Wat voor gevolgen heeft dat voor de regio?
“Als het eindigt in een Moslimbroederschap-achtige regering in Syrië, denk ik dat dat de stabiliteit in de regio ten goede komt. De Egyptenaren willen geen oorlog met Israël. De financieel sterke Saoediërs willen dat ook absoluut niet, die hebben zelfs een vredesvoorstel gemaakt waarin ze Israël erkennen. Ik denk dat je dan een blok krijgt dat als eerste vijand de sjiieten ziet en Israël pas als tweede vijand. Dat blok zal dus wel de Palestijnen steunen en het tweestaten-model willen doorvoeren, maar ze zullen het zeker niet op een oorlog met Israël laten aankomen.”

Saoedi-Arabië bijvoorbeeld is een stevige vijand van Iran. Iran verliest in dat geval zijn verbinding met Hezbollah in Libanon en zijn belangrijkste bondgenoot in de regio. Wat voor gevolgen heeft dat?
“Dat betekent dat Iran een flinke veer moet laten. En het zal voor Hezbollah ook een slag betekenen. Iran is natuurlijk sterk genoeg, Iran behoudt zijn invloed in Irak nog wel, dus die kracht zal voor een deel allemaal wel blijven bestaan. Maar je krijgt een ander soort tegenstelling. Ik denk dat als de Moslimbroederschap in Syrië de strijd wint, dat die ook fel anti-Iran zullen zijn na alles wat er gebeurd is.”

Egyptes president Morsi op bezoek in Teheran. Links de Iraanse president Ahmadinejad. © AP.

Egyptes president Morsi op bezoek in Teheran. Links de Iraanse president Ahmadinejad. © AP.

De betrekkingen tussen Iran en Egypte waren na 1979 bekoeld. Nu is er onder Morsi weer enige toenadering. Wel noemde Morsi Irans bondgenoot Syrië een onrechtmatig regime. Hoe denkt u dat die relatie verder zal uitpakken?
“Egypte wil volgens mij het Turkse model. Een beetje vrienden met iedereen zijn, of dat proberen althans. Dat is ook de politiek van Qatar, die zijn wel bang voor Iran maar ze houden toch de brug open. Ik denk dat Egypte dat ook probeert: betrekkingen met Iran onderhouden, betrekkingen met Hamas onderhouden, betrekkingen met Israël onderhouden en betrekkingen met Amerika onderhouden”

De oorlogsretoriek van Israël ten opzichte van Iran wijst op niet veel goeds. Er wordt gezegd dat de positie van Egypte in een dergelijk conflict zwaarwegend kan zijn. Mocht het tot een treffen komen, welke rol denkt u dat Egypte daarin zal spelen?
“Het hangt ervan af wat er volgend jaar gaat gebeuren tussen Iran en Israël, na de verkiezingen in Israël – die door Netanyahu waarschijnlijk worden gewonnen. Ik denk dus dat je een soortgelijk Israëlisch kabinet krijgt. Ik denk dat de Arabische landen liever geen Iraans atoomwapen zien, maar ook liever niet zien dat Israël iets doet. Het is een heikele positie. Egypte zal een aanval op Iran officieel afkeuren, maar in werkelijkheid denken: “Twee vijanden die elkaar te lijf gaan, daar kunnen we beter van worden.” Ze zullen zich afzijdig houden denk ik, want zo’n oorlog kan natuurlijk zowel Israël als Iran verzwakken als het zover komt.”

Hier kunt u deel één lezen van het interview met Ruud Hoff, over de perikelen rondom de prille democratie in het land.

Verslag: ‘Timmermans’ schande, bloed aan je handen!’

Op het Museumplein in Amsterdam was zaterdag 1 december een solidariteitsdemonstratie voor de slachtoffers van het conflict in de Gazastrook. Het kabinet werd opgeroepen zich in te zetten voor het beëindigen van de blokkade van Gaza en de handel in ‘foute’ Israëlische producten te ontmoedigen. “Geen Nederlandse steun aan Israëlische apartheid.”

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

Iets na enen stroomt het voor de demonstratie gereserveerde stuk van het Museumplein langzaam vol met sympathisanten. Naast de skatebaan staat een podium. In een halve kring staan borden met de namen van de slachtoffers van het conflict in de Gazastrook, inclusief leeftijd en wijze van overlijden. Kaarsjes sieren de grond; de Palestijnse vlag wappert alom.

Een jonge vrouw heet de ongeveer 150 aanwezigen welkom: “Ahlan wa sahlan!” De in groten getale aanwezige politie kijkt op een afstandje toe hoe de eerste spreker het podium betreedt. De jonge Gazaan Ahmed Sarhan houdt in het Engels een emotioneel betoog over het angstaanjagende effect dat de bombardementen hadden op de burgerbevolking en hoe kleine kinderen werden opgezadeld met oorlogstrauma’s. Er wordt luid geapplaudisseerd als hij zegt hoe nutteloos het doden van kinderen is.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

Demonstranten, velen getooid met keffiyehs – de kenmerkende Palestijnse sjaals – scanderen ‘vrij, vrij, vrij! Palestina vrij!’ Twee meisjes noemen de namen van de slachtoffers terwijl bloemen worden uitgedeeld. “De naam van de Palestijnse jongen die vanochtend werd neergeschoten aan de grens van de Gazastrook, ontbreekt nog op de lijst,” wordt medegedeeld. De bloemen worden netjes naast de vele kaarsjes onder de borden gelegd. Een oudere vrouw wijst haar metgezel op het bordje met de naam Rama al-Shandi, een éénjarig meisje dat omkwam bij een Israëlische luchtaanval. “Afschuwelijk.”

Nadat een moment stilte voor de slachtoffers in acht is genomen, vertrekt de stoet richting het gebouw van de Turkse arbeidersvereniging (HTIB) op de Weteringschans. “Timmermans’ schande, bloed aan je handen!” schalt door de Tenierstraat. Het moge duidelijk zijn dat de aanwezigen niet te spreken zijn over de ‘laffe’ onthouding van Nederland toen donderdag de opwaardering van de Palestijnse diplomatieke status in de Verenigde Naties in stemming werd gebracht. Borden met de tekst ‘Palestina vrij, boycot Israël. Geen Nederlandse steun aan apartheid’ worden driftig omhoog gehouden.

© David Oranje

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

Aangekomen in het HTIB houden leden van onder andere het Nederlands Palestina Komitee bevlogen toespraken. Vooral oud-Groenlinks-politicus Mohamed Rabbae trekt fel van leer over ‘de Israëlische apartheid’. Hij hekelt het ‘principeloze’ Nederlandse beleid als het om de Palestijnse zaak gaat. Vooral PvdA-minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken moet het ontgelden, temeer daar hij in een eerder stadium als Tweede Kamerlid vóór opwaardering van de Palestijnse status stemde. “Ik moet soms met een zaklamp naar principes zoeken,” grapt Rabbae.

Een ander heikel punt zijn de ‘foute’ Israëlische producten die Nederlandse bedrijven importeren en verkopen. “De handel in gestolen producten uit door Israël bezet gebied is crimineel. Hiermee zijn Nederlandse bedrijven medeplichtig aan de bezetting,” zegt Rabbae. Hij roept op producten uit Israëlische nederzettingen te boycotten en harder actie te voeren om overheidsingrijpen te stimuleren. Ook moet Nederland volgens hem sterker aandringen op het beëindigen van de blokkade door Israël van de Gazastrook.

Na wat gestoei met de internetverbinding verschijnt een liveverbinding met de Westelijke Jordaanoever op een scherm. Mirjam was in de Gazastrook tijdens de Israëlische aanvallen en vertelt over de situatie in de Palestijnse gebieden. Volgens haar is de opwaardering van de diplomatieke status van Palestina een kleine overwinning. Desondanks gaan de bezetting en de blokkade onverminderd door, getuige de aankondiging van Israël dat het nog eens drieduizend huizen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem wil bouwen. Daarom, zegt ze, is het van belang door te gaan met het Nederlandse verzet tegen de Israëlische bezetting. Luid applaus is haar deel.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

© David Oranje 2012.

Meer foto’s van de demonstratie kunt u vinden op de website van David Oranje, onder: ‘Foto’s: Solidariteitsdemonstratie voor de slachtoffers in Gaza’