Achtergrond – Wordt Libanon meegezogen in de sektarische strijd in Syrië?

De slag om de Syrische stad Qusayr werd eerder deze week gewonnen door het Syrische regime, met forse steun van het Libanese Hezbollah. De inmenging van de sjiitische verzetsbeweging kan echter grote gevolgen hebben voor de stabiliteit van buurland Libanon.

Jongeren in Kafranbel, in de provincie Idlib. ©TheRevoltingSyrian

Jongeren in Kafranbel, Syrië, tonen een tekening waarop Hezbollah-leider Nasrallah en de Syrische president Assad Libanon terug slepen naar de burgeroorlog in 1975. ©TheRevoltingSyrian

De burgeroorlog in Syrië begint steeds meer te lijken op een totale sektarische strijd. De Syrische rebellen, voor het grootste deel soennitische moslims, nemen het op tegen het regime van de alawitische Bashar al-Assad, inmiddels openlijk gesteund door de sjiitische verzetsbeweging en politieke partij Hezbollah.

De aanhangers van de Syrische president zijn voor een groot deel afkomstig uit die alawitische geloofsgemeenschap, een zijtak van de sjiitische islam. Dat sektarische conflict begint langzaam door te sijpelen in buurland Libanon, dat altijd al een kruitvat van geloofsspanningen is geweest.

Die strijd tekent zich het best af in de stad Tripoli. Vooral de wijken Jabal Mohsen, een alawitisch bolwerk waar Hezbollah en Assad veel steun genieten, en Bab al-Tabbaneh, bevolkt door de rebellen gezinde soennieten, staan daar tegenover elkaar. Conflicten zijn er al jaren schering en inslag, maar sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog zijn die verhevigd – met alleen al de afgelopen twee maanden tientallen doden als gevolg.

Donderdag brak in het centrum van Tripoli een massaal vuurgevecht uit tussen Hezbollah-aanhangers en militante soennieten, waarbij het leger uiteindelijk moest ingrijpen. De steeds heftiger wordende etnische strijd in de stad baart zorgen voor de rest van het land.

25 mei sprak Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zijn onvoorwaardelijke steun aan het regime van Assad uit. De inmenging van de verzetsbeweging in de burgeroorlog werd enkele maanden geleden al gemeld door activisten in Syrië, maar deze openlijke steunbetuiging zette definitief kwaad bloed bij de rebellen.

Een man toont de portretten van de Syrische president Assad en Hezbollah-leider Nasrallah.

De dag na de toespraak van Nasrallah, landden twee raketten in het zuidelijke deel van de hoofdstad, een belangrijke machtsbasis van Hezbollah. Een officier van het Vrije Syrische Leger (FSA), Ammar al-Wawi, omschreef de aanval als een waarschuwing aan de partij. FSA-generaal Salim Idriss dreigde 28 mei dat de rebellen ‘Hezbollah tot in de hel zouden achtervolgen’, als het zich niet uit de strijd in Syrië zou terugtrekken.

Maar vooral in de aan Syrië grenzende Bekavallei, waar veel Hezbollah-aanhangers wonen, regent het granaten en raketten. Syrische rebellen namen de afgelopen weken sjiitische dorpen en steden onder vuur, uit wraak voor de belegering van het vlak over de grens gelegen Qusayr.

De poreuze Syrisch-Libanese grens zorgt ervoor dat strijders van beide kampen makkelijk de oversteek kunnen maken, met felle gevechten tot gevolg. Hezbollah-strijders en Syrische rebellen raakten maandag vlak bij het in de vallei gelegen Baalbek slaags, toen de rebellen betrapt werden toen ze een raketaanval op de stad voorbereidden. 28 mei werden drie Libanese militairen doodgeschoten bij een controlepost in de Bekavallei, vermoedelijk door Syrische rebellen.

De toenemende onrust wordt alleen maar versterkt door de heersende politieke chaos. Eind maart kondigde de regering van premier Najib Mikati zijn ontslag aan, na een geschil met Hezbollah over onder meer de voorbereiding op de verkiezingen. Ook de burgeroorlog in Syrië zou hebben meegespeeld. President Michel Suleiman wees de soennitische politicus Tammam Salam aan om een overgangsregering te vormen. Het Libanese parlement stemde vervolgens in met het uitstellen van de verkiezingen tot november 2014, ondanks heftige protesten.

De politieke partijen zijn grotendeels verdeeld in de 8 maart-alliantie – het pro-Syrische blok waarin ook Hezbollah zit – en de 14 maart-alliantie, die negatief staat tegenover het Syrische regime. De zetelverdeling onder deze twee blokken maakt de vorming van een stabiele coalitie op het moment erg problematisch. Het creëren van een overgangsregering is Salam twee maanden later dan ook nog niet gelukt.

De verdeling van de religieuze groepen in Libanon. © University of Chicago

Een van de redenen daarvoor zijn de sterke etnische tegenstellingen, die de afgelopen tijd enkel vergroot zijn door de oorlog in Syrië. Libanon is van oudsher een bonte verzameling van etnische groeperingen, waaronder druzen, christenen, sjiieten en soennieten. Die groepen bestreden elkaar fel in de burgeroorlog (1975-1990) die het land verscheurde, en leven sindsdien in een wankel evenwicht samen. Het land dreigt door de sektarische strijd in Syrië nu weer terug te vallen in die chaos van etnische geschillen.

De vrees is dat de oplaaiende strijd in de Bekavallei en Tripoli een voorteken is voor wat komen gaat in de rest van het land. De inmenging van Hezbollah in Syrië heeft de vijandelijkheid tussen de etnische groepen enorm doen toenemen. In Beiroet is vandaag bij een demonstratie tegen de verzetsbeweging al een dode gevallen, toen Hezbollah-aanhangers en protestanten elkaar te lijf gingen.

Door de toenemende frequentie en intensiteit van dergelijke conflicten, in combinatie met de onmacht van de politiek, menen sommige commentatoren dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de bloedige sektarische burgeroorlog die in Syrië woedt, geheel overwaait naar Libanon.

Hezbollah-aanhangers vallen een protestant aan, bij een demonstratie tegen de inmenging van de verzetsbeweging in Syrië, 9 juni in Beiroet. © AP

Advertenties

Achtergrond – De redenen van de Turkse onvrede

In Turkije zijn vandaag voor de vierde dag op rij demonstranten tegen de regering van premier Erdogan slaags geraakt met de politie. Vooral in Istanbul, maar ook in Izmir en Ankara zijn protesten weer in alle hevigheid uitgebroken. Wat zijn de beweegredenen achter de demonstraties?

Protesten in de Turkse stad Istanbul. © occupygezipics.tumblr.com

De protesten begonnen met een relatief kleine betoging tegen het kappen van bomen in het Gezi-park op het Taksimplein in Istanbul, waar de bouw van onder meer een nieuwe moskee gepland staat. Ze zijn echter uitgegroeid tot enorme demonstraties tegen het bewind van de premier Recep Tayyip Erdogan, die al tien jaar aan de macht is. De onvrede van veel Turken over de ‘dictator’ Erdogan sluimert al langer, maar de gewelddadigheid waarmee de betoging op het Taksimplein door de politie met waterkanonnen en traangas neergeslagen werd, lijkt de druppel die de emmer deed overstromen.

Veel demonstranten vrezen dat Erdogan langzaam Turkije in een islamistische dictatuur probeert te veranderen. Zijn recente besluit om de nachtelijke verkoop van alcohol te verbieden, alcoholproducenten adverteren en sponsoring van evenementen te ontzeggen en gebieden rond moskeeën en scholen droog te leggen wordt gezien als een stap richting sharia-wetgeving. De betogers – door Erdogan weggezet als extremisten – bestaan dan ook voor een groot deel uit middenklassers, die weinig zien in een streng-islamitische staat. De ingevoerde alcoholrestricties leidden tot beelden van betogers die massaal blikken bier etaleerden.

Onder de gematigd-islamitische AK Partij van Erdogan, die bij de verkiezingen de helft van de stemmen kreeg, maakte Turkije grote economische groei door. Die welvaart zorgde voor enige speling om diverse, bij de middenklasse onpopulaire, islamitisch getinte wetten in te voeren. Erdogans poging overspel een misdrijf te maken werd na heftige reacties teruggetrokken, maar het censureren van sigaretten op televisie, het verplichten van islamitisch onderwijs en het aanklagen van een pianist voor godslastering vanwege een vrij onschuldige tweet zijn voorbeelden van de steeds prominentere rol die de islam speelt in de samenleving.

Ook de autocratische manier van regeren van Erdogan staat veel demonstranten tegen. Het doordrukken van het plan om het Taksimplein te verbouwen, waarvoor naast het Gezi-park ook een cultureel centrum gewijd aan ‘vader van de Turken’ Mustafa Kemal Atatürk moet wijken, is daarvoor typerend. Maar ook de twijfelachtige processen tegen legerofficieren, die een staatsgreep zouden voorbereidden, kunnen rekenen op afkeuring onder een deel van de bevolking. Ook wil de premier de grondwet wijzigen, waardoor het presidentschap een belangrijkere rol gaat spelen. De door demonstranten dictator genoemde Erdogan hoopt vervolgens in 2014 verkozen te worden tot president.

Een vernielde mediabus in Istanbul, maandag. © Aaron Stein.

Ook de geringe persvrijheid in het land is een factor die meespeelt. Onder Erdogan zijn er veel kritische journalisten achter de tralies beland. De rest van de Turkse media danst daarom volgens de betogers uit angst naar de pijpen van de regering. Hierdoor zouden de protesten zeer weinig aandacht van binnenlandse media krijgen. Terwijl er zondag heftig gevochten werd tussen de politie en demonstranten, zond CNN Türk bijvoorbeeld een documentaire over pinguïns uit. Er werd maandag dan ook geprotesteerd tegen het muilkorven van de pers bij onder meer het gebouw van NTV, een grote Turkse nieuwszender. Diverse mediavoertuigen werden zondagnacht uit woede gesloopt door betogers.

Sommige commentatoren noemen de protesten tegen Erdogans islamisering en autocratisch bestuur nu al de Turkse Lente. Het land beschikt echter voorlopig nog over een democratisch systeem, dus die vergelijking gaat mank. Maar hoewel zijn partij gesteund wordt door een meerderheid van de Turkse bevolking, kan Erdogan zich waarschijnlijk niet doof houden voor de steeds heviger wordende protesten. Als hij geen rekening houdt met de wensen van de gematigde middenklasse, kan zijn regering mogelijk nog wel eens in een lastig parket komen te zitten.