Verslag – ‘De watersituatie in de Jordaanvallei is dramatisch’

Donderdagavond sprak de Italiaanse masterstudente Sara Datturi in de Kargadoor in Utrecht over de waterverdeling in de bezette Palestijnse gebieden. Voor haar scriptie deed ze onderzoek naar het waterverbruik in de Jordaanvallei op de Westelijke Jordaanoever.

De Italiaanse masterstudente Sara Datturi sprak over de waterverdeling in de Palestijnse gebieden. © David Oranje 2012.

De Italiaanse masterstudente Sara Datturi sprak in de Kargadoor in Utrecht over de waterverdeling in de Palestijnse gebieden. © David Oranje 2012.

Op uitnodiging van Kritische Studenten Utrecht kwam de Italiaanse land- en watermanagementstudente Sara Datturi vertellen over haar ervaringen in de Palestijnse gebieden. Voor haar scriptie verbleef ze meerdere maanden op de Westelijke Jordaanoever om het waterverbruik daar te onderzoeken. Ze vergeleek de beschikbaarheid en het gebruik van water van Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever met dat van Israëlische nederzettingen. “Ik wilde beide kanten zien, de Israëlische en de Palestijnse.”

“Na de oorlog in 1967 is de Westelijke Jordaanoever opgedeeld in 3 delen: Area A, B en C,” vertelt Datturi. Het Palestijnse stadje Al-Auja ligt in de Jordaanvallei in Area A, nabij Jericho. Grote stukken land in de vallei zijn tot verboden gebied verklaard voor Palestijnen, waardoor water- en landbouwvoorzieningen verdwenen zijn. Het agrarische stadje Al-Auja heeft in de buurt vier waterbronnen liggen, maar daarvan is er slechts één eigendom van de Palestinian Water Authority, de anderen zijn bestemd voor Israëlisch gebruik. Er is daardoor steeds minder water voor het verbouwen van gewassen. “De situatie is dramatisch.”

Een film over de situatie van de Palestijnen in de Jordaanvallei.

“De mensen daar houden van landbouw en willen verbonden blijven met hun land. Ze zijn afhankelijk van het verbouwen van gewassen. Nu hebben ze geen water en geen inkomen. Hun beslissing om daar te blijven is een soort verzetsdaad,” zegt Datturi. De Palestijnen uit Al-Auja betalen dan ook uit verzet niet meer voor het gebruik van drinkwater. De Palestinian Water Authority moet echter dat achterstallige bedrag wel betalen aan de Israëliërs, die die watervoorziening beheren.

Het gebrek aan water in Al-Auja vergeleek Datturi met de beschikbaarheid van drink- en irrigatiewater in de Israëlische kibboets Niran. De landbouwnederzetting had in 2006 enkel tachtig inwoners en ligt in bezet gebied in Area C op de Westelijke Jordaanoever. Datturi verbleef in Niran met een vals identiteitsbewijs om de waterverdeling te onderzoeken: “Ze kunnen er zoveel water gebruiken als ze willen en ze hebben het land gekregen van de regering.” In Niran was dan ook een bloeiende landbouwindustrie te vinden.

Daarnaast onderzocht ze ook het kleine Palestijnse dorpje Fasa’il en de Israëlische nederzetting Tomer. De twee gemeenschappen liggen in het bezette Area C en vallen dus onder Israëlisch gezag. Fasa’il – dat in 2007 bekend werd omdat Israël de basisschool in het dorp wilde slopen omdat die zonder bouwvergunning was gebouwd – kampt al jaren met de vernieling van huizen door de Israëlische autoriteiten, meestal om bovenstaande reden. Daarnaast zijn vrijwel alle voorzieningen, inclusief het broodnodige water, in het dorp schaars.

De Israëlisch nederzetting Tomer en het Palestijnse dorpje Fasa'il liggen op slechts 200 meter afstand. © Google Maps.

De Israëlische nederzetting Tomer en het Palestijnse dorpje Fasa’il liggen op slechts 200 meter afstand. © Google Maps.

Dat staat in schril contrast met Tomer, dat op amper tweehonderd meter afstand van Fasa’il ligt. Nagenoeg alle inwoners van Fasa’il zijn dan ook werkzaam in Tomer, dat dadels, kruiden en groenten verbouwt voor de buitenlandse export. Datturi was er niet welkom. “Mensen wilden me geen informatie geven en niet helpen. Andere Europeanen hadden Tomer een slechte naam gegeven,” aldus Datturi. Maar gezien de vele kassen die direct zichtbaar zijn in de nederzetting, kon ze wel raden dat Tomer zeer veel water moest verbruiken. “Ze krijgen voor die landbouw een heleboel subsidie van de Israëlische regering.”

Datturi wil tenslotte ook nog even het werk van CISS, een Italiaanse NGO, onder de aandacht brengen. De NGO werkt met kinderen met oorlogstrauma’s in de Palestijnse gebieden, Datturi: “En daar zijn er heel veel van.” CISS is voornamelijk actief in het Jabalia-vluchtelingenkamp in de Gazastrook, waar ze met een psycholoog getraumatiseerde kinderen proberen te helpen. Datturi benadrukt de noodzaak van hulp aan de getraumatiseerde kinderen: “Door angst kunnen sommige kinderen niet slapen, bij sommigen valt hun haar uit. CISS maakt spelletjeskamers voor de kinderen en verzorgt ook lessen in lezen en schrijven voor de moeders.”

Een film uit 2008 over het gebrek aan water in El-Farsia, een dorpje in de Jordaanvallei.

Advertenties

One thought on “Verslag – ‘De watersituatie in de Jordaanvallei is dramatisch’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s